30.4.2011
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 130/5
Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 3 maart 2011 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Tribunal de grande instance de Périgueux — Frankrijk — AG2R Prévoyance/Beaudout Père et Fils SARL
(Zaak C-437/09) (1)
(Mededinging - Artikelen 101 VWEU, 102 VWEU en 106 VWEU - Stelsel van aanvullende vergoeding van zorgkosten - Collectieve overeenkomst - Verplichte aansluiting bij bepaald verzekeringsorgaan - Uitdrukkelijke uitsluiting van elke mogelijkheid van vrijstelling van aansluiting - Begrip „onderneming”)
2011/C 130/08
Procestaal: Frans
Verwijzende rechter
Tribunal de grande instance de Périgueux
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: AG2R Prévoyance
Verwerende partij: Beaudout Père et Fils SARL
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Tribunal de grande instance de Périgueux — Mededinging — Nationale regeling die voorziet in verplichte aansluiting van alle ondernemingen binnen een bepaalde bedrijfstak bij één enkel aangewezen verzekeringsorgaan — Begrip onderneming in de zin van artikel 81 EG — Orgaan dat verzoekt om betaling van bijdragen door een onderneming die reeds een verzekeringspolis met ruimere waarborgen heeft onderschreven — Expliciete uitsluiting van elke mogelijkheid om van aansluiting te worden vrijgesteld — Verenigbaarheid van een dergelijke aansluitingsregeling met de artikelen 81 EG en 82 EG — Eventueel gevaar voor misbruik van machtspositie
Dictum
1)
Artikel 101 VWEU, gelezen in samenhang met artikel 4, lid 3, VEU, moet aldus worden uitgelegd dat deze bepaling niet in de weg staat aan het op verzoek van de werkgevers- en werknemersorganisaties van een bepaalde bedrijfstak door de overheid genomen besluit tot algemeenverbindendverklaring van een uit collectieve onderhandelingen voortgekomen overeenkomst die voorziet in de verplichte aansluiting van alle ondernemingen van de betrokken bedrijfstak bij een stelsel van aanvullende vergoeding van zorgkosten, zonder mogelijkheid van vrijstelling.
2)
Voor zover het beheer van een stelsel van aanvullende vergoeding van zorgkosten zoals het in het hoofdgeding aan de orde zijnde stelsel moet worden aangemerkt als een economische activiteit, hetgeen de verwijzende rechter dient na te gaan, moeten de artikelen 102 VWEU en 106 VWEU aldus worden uitgelegd dat zij niet eraan in de weg staan dat de overheid in omstandigheden als die van het hoofdgeding een voorzorgsinstelling het uitsluitende recht toekent om dit stelsel te beheren zonder dat de ondernemingen van de betrokken bedrijfstak kunnen worden vrijgesteld van toetreding tot dit stelsel.
(1) PB C 24 van 30.01.2010.
Full & Egal Universal Law Academy