29.10.2011
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 319/4
Arrest van het Hof (Grote kamer) van 13 september 2011 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Bundesarbeitsgericht — Duitsland) — Reinhard Prigge, Michael Fromm, Volker Lambach/Deutsche Lufthansa AG
(Zaak C-447/09) (1)
(Richtlijn 2000/78/EG - Artikelen 2, lid 5, 4, lid 1, en 6, lid 1 - Verbod van discriminatie op grond van leeftijd - Verkeerspiloten - Collectieve overeenkomst - Bepaling inzake automatische beëindiging van arbeidsovereenkomsten op 60 jaar)
2011/C 319/05
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Bundesarbeitsgericht
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: Reinhard Prigge, Michael Fromm, Volker Lambach
Verwerende partij: Deutsche Lufthansa AG
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Bundesarbeitsgericht — Uitlegging van de artikelen 2, lid 5, 4, lid 1, en 6, lid 1, van richtlijn 2000/78/EG van de Raad van 27 november 2000 tot instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep (PB L 303, blz. 16) — Verbod van discriminatie op grond van leeftijd — Verenigbaarheid van deze regeling met een collectieve overeenkomst volgens welke, om redenen die verband houden met de veiligheid van het luchtverkeer, de arbeidsovereenkomst van een piloot automatisch ten einde komt na afloop van de maand waarin deze piloot de leeftijd van 60 jaar heeft bereikt
Dictum
Artikel 2, lid 5, van richtlijn 2000/78/EG van de Raad van 27 november 2000 tot instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep, moet aldus worden uitgelegd dat de lidstaten bepalingen mogen vaststellen waarbij de sociale partners worden gemachtigd om bepalingen vast te stellen in de zin van bedoeld artikel 2, lid 5, in de bij die bepaling bedoelde materies, die binnen de werkingssfeer van collectieve overeenkomsten vallen en mits die voorschriften inzake machtiging voldoende nauwkeurig zijn om te verzekeren dat de betrokken bepalingen de in artikel 2, lid 5, neergelegde vereisten naleven. Een maatregel als die welke in het hoofdgeding aan de orde is, die de leeftijdsgrens vanaf welke piloten hun beroepsactiviteiten niet langer mogen uitoefenen op 60 jaar vaststelt terwijl de nationale en internationale voorschriften deze leeftijdsgrens op 65 jaar vaststellen, is geen maatregel die noodzakelijk is voor de openbare veiligheid en voor de bescherming van de gezondheid in de zin van bedoeld artikel 2, lid 5.
Artikel 4, lid 1, van richtlijn 2000/78 moet aldus worden uitgelegd dat het zich verzet tegen een bepaling in een collectieve overeenkomst, zoals die welke in het hoofdgeding aan de orde is, die de leeftijdsgrens vanaf welke wordt aangenomen dat piloten niet langer over de fysieke capaciteiten beschikken om hun beroepsactiviteit uit te oefenen, op 60 jaar vaststelt terwijl de nationale en internationale voorschriften deze leeftijdsgrens op 65 jaar vaststellen.
Artikel 6, lid 1, eerste alinea, van richtlijn 2000/78 moet aldus worden uitgelegd dat de veiligheid van het luchtverkeer geen legitiem doel in de zin van die bepaling is.
(1) PB C 24 van 30.1.2010.
Full & Egal Universal Law Academy