26.2.2011
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 63/9
Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 22 december 2010 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Tribunal Supremo — Spanje) — Asociación de Transporte International por Carretera (ASTIC)/Administración General del Estado
(Zaak C-488/09) (1)
(TIR-overeenkomst - Communautair douanewetboek - Transport onder geleide van TIR-carnet - Organisatie die zich garant heeft gesteld - Onregelmatig lossen - Bepaling van plaats van overtreding - Inning van rechten bij invoer)
2011/C 63/16
Procestaal: Spaans
Verwijzende rechter
Tribunal Supremo
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Asociación de Transporte International por Carretera (ASTIC)
Verwerende partij: Administración General del Estado
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Tribunal Supremo — Uitlegging van artikel 221, lid 3, van verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PB L 302, blz. 1) en van de artikelen 454, lid 3, en 455 van verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PB L 253, blz. 1) — TIR-vervoer — Overtredingen of onregelmatigheden — Plaats — Procedure — Navordering van in- of uitvoerrechten
Dictum
1)
De artikelen 454 en 455 van verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek, moeten aldus worden uitgelegd dat, ingeval het vermoeden van bevoegdheid voor invordering van een douaneschuld van de lidstaat op het grondgebied waarvan een overtreding bij een TIR-vervoer is vastgesteld, vervalt na een vonnis waarbij wordt vastgesteld dat deze overtreding op het grondgebied van een andere lidstaat is begaan, de douaneautoriteiten van laatstgenoemde lidstaat bevoegd worden om deze schuld in te vorderen op voorwaarde dat de feiten van deze overtreding tot een rechtszaak hebben geleid binnen een termijn van twee jaar vanaf de datum waarop de organisatie die zich garant heeft gesteld voor het grondgebied waarop deze overtreding is vastgesteld, daarvan op de hoogte is gebracht.
2)
Artikel 455, lid 1, van verordening nr. 2454/93 juncto artikel 11, lid 1, van de op 14 november 1975 te Genève ondertekende douaneovereenkomst inzake het internationale vervoer van goederen onder dekking van carnets TIR, moet aldus worden uitgelegd dat een organisatie die zich garant heeft gesteld, zich in omstandigheden als in het hoofdgeding niet kan beroepen op de verjaringstermijn van deze bepalingen, wanneer de douaneautoriteiten van de lidstaat voor het grondgebied waarvan zij aansprakelijk is, haar binnen een termijn van een jaar na de datum waarop deze douaneautoriteiten op de hoogte zijn gebracht van het uitvoerbare vonnis waarin deze douaneautoriteiten bevoegd worden verklaard, in kennis stellen van de feiten waaruit de douaneschuld is ontstaan die zij ten belope van het door haar gegarandeerde bedrag moet betalen.
(1) PB C 63 van 13.03.2010.
Full & Egal Universal Law Academy