30.1.2010
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 24/43
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Commissione Tributaria Provinciale di Taranto (Italië) op 30 november 2009 — Societá Agricola Esposito S.r.l/Agenzia delle Entrate — Ufficio Taranto 2
(Zaak C-492/09)
2010/C 24/75
Procestaal: Italiaans
Verwijzende rechter
Commissione Tributaria Provinciale di Taranto
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Societá Agricola Esposito S.r.l
Verwerende partij: Agenzia delle Entrate — Ufficio Taranto 2
Prejudiciële vragen
1)
Zijn artikel 21 van het tarief dat als bijlage aan het D.P.R nr. 641 van 1972 is gehecht, en artikel 160 van het DLegs. nr.259 van 2003 verenigbaar met de beginselen van richtlijn 2002/20/EG (1), waar zij het bezit van een vergunning eisen van de consument die een abonnementscontract heeft, terwijl de richtlijn enkel spreekt van individuele vergunningen voor bedrijven die de diensten verrichten of de netwerken ter beschikking stellen?
2)
Zijn de artikelen 1 en 9 van D.P.R nr. 641 van 1972 en artikel 21 van het daaraan gehechte tarief in strijd met de regel betreffende de oplegging van verschillende heffingen in de context van één en dezelfde vergunning, die voortvloeit uit de uitlegging van de artikelen 12 en 13 van richtlijn 2002/20/EG?
3)
Is het verenigbaar met de beginselen van richtlijn 2002/21/EG (2) en in het bijzonder met het in artikel 9, lid 1, van die richtlijn neergelegde verbod van discriminatie bij „de bestemming en toewijzing van de radiofrequenties door de nationale regelgevende instanties”, dat personen die een abonnementsovereenkomst hebben gesloten, de Italiaanse belasting voor overheidsconcessies verschuldigd zijn, maar niet degenen die oplaadbare kaarten gebruiken?
4)
Is de belasting voor overheidsconcessies verenigbaar met de beginselen van de richtlijnen 2002/77/EG (3) en 2002/21/EG, die bepalen dat „nationale regelingen die bestemd zijn om de nettokosten van de universele-dienstverplichtingen te delen, gebaseerd moeten zijn op objectieve, doorzichtige en niet-discriminerende criteria en in overeenstemming moeten zijn met het beginsel van de evenredigheid en van de minimale verstoring van de markt”?
5)
Ontmoedigt de Italiaanse belasting voor overheidsconcessies, die kostenverhogend werkt voor gebruikers van mobiele telefoondiensten, die abonnementscontracten hebben gesloten, het betreden van de Italiaanse markt en belet zij daardoor, ten nadele van de nationale consumenten en in strijd met de beginselen van richtlijn 2002/21, dat er een markt ontstaat waarop concurrentie heerst?
6)
Is de Italiaanse belasting voor overheidsconcessies in strijd met het beginsel van artikel 25 van het basisverdrag, op grond waarvan „in- en uitvoerrechten of heffingen van gelijke werking tussen de lidstaten verboden zijn. Zulks geldt eveneens voor douanerechten van fiscale aard”?
(1) PB L 108, blz. 21.
(2) PB L 108, blz. 33.
(3) PB L 249, blz. 21.
Full & Egal Universal Law Academy