7.5.2011
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 139/7
Arrest van het Hof (Achtste kamer) van 10 maart 2011 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Oberste Gerichtshof — Oostenrijk) — Tanja Borger/Tiroler Gebietskrankenkasse
(Zaak C-516/09) (1)
(Sociale zekerheid van werknemers - Verordening (EEG) nr. 1408/71 - Personele werkingssfeer - Uitlegging van begrip „werknemer” - Bijslagen voor kinderen ten laste - Verlenging van onbetaald verlof)
2011/C 139/11
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Oberster Gerichtshof
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Tanja Borger
Verwerende partij: Tiroler Gebietskrankenkasse
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Oberster Gerichtshof — Uitlegging van artikel 1, sub a, van verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad van 14 juni 1971 betreffende de toepassing van de sociale zekerheidsregelingen op loontrekkenden en hun gezinnen, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen (PB L 149, blz. 2) — Bijslagen voor kinderen ten laste — Personele werkingssfeer — Uitlegging van begrip „werknemer” — Persoon die woonachtig is in Zwitserland en die vanwege de geboorte van zijn kind met zijn in een lidstaat gevestigde werkgever een onderbreking van het dienstverband overeenkomt („Karenz”) die de in de wettelijke regeling van die lidstaat voorziene duur van de onderbrekingsperiode van twee jaar overschrijdt
Dictum
Aan een persoon die zich bevindt in de situatie van verzoekster in het hoofdgeding moet gedurende het tijdvak van verlenging met een half jaar van het onbetaald verlof dat was genomen na de geboorte van zijn kind, de hoedanigheid van „werknemer” in de zin van artikel 1, sub a, van verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad van 14 juni 1971 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen, in de bij verordening (EG) nr. 118/97 van de Raad van 2 december 1996 gewijzigde en bijgewerkte versie, zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 1606/98 van de Raad van 29 juni 1998, worden toegekend, mits die persoon gedurende dat tijdvak verplicht of vrijwillig is verzekerd, ook al is dit slechts tegen één risico, uit hoofde van een in artikel 1, sub a, van voornoemde verordening genoemd algemeen of bijzonder stelsel van sociale zekerheid. Het staat aan de nationale rechter om na te gaan of in het geding waarover hij zich moet uitspreken, aan deze voorwaarde is voldaan.
(1) PB C 63 van 13.3.2010.
Full & Egal Universal Law Academy