6.8.2011
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 232/7
Arrest van het Hof (Zevende kamer) van 16 juni 2011 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Upravno sodišče Republike Slovenije — Slovenië) — Marija Omejc/Republika Slovenija
(Zaak C-536/09) (1)
(Gemeenschappelijk landbouwbeleid - Communautaire steunregelingen - Geïntegreerd beheers- en controlesysteem - Verordening (EG) nr. 796/2004 - Verhinderen van uitvoering van controle ter plaatse - Begrip - Landbouwer die niet op bedrijf woont - Vertegenwoordiger van landbouwer - Begrip)
2011/C 232/11
Procestaal: Sloveens
Verwijzende rechter
Upravno sodišče Republike Slovenije
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Marija Omejc
Verwerende partij: Republika Slovenija
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Upravno sodišče Republike Slovenije — Uitlegging van artikel 23, lid 2, van verordening (EG) nr. 796/2004 van de Commissie van 21 april 2004 houdende uitvoeringsbepalingen inzake de randvoorwaarden, de modulatie en het geïntegreerd beheers- en controlesysteem waarin is voorzien bij verordening (EG) nr. 1782/2003 van de Raad tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers (PB L 141, blz. 18) — Begrip verhinderen van de controle ter plaatse — Begrip vertegenwoordigen van de landbouwer wanneer de landbouwer niet op het bedrijf woont
Dictum
1)
De uitdrukking „de uitvoering van een controle ter plaatse verhindert” in artikel 23, lid 2, van verordening (EG) nr. 796/2004 van de Commissie van 21 april 2004 houdende uitvoeringsbepalingen inzake de randvoorwaarden, de modulatie en het geïntegreerd beheers- en controlesysteem waarin is voorzien bij verordening (EG) nr. 1782/2003 van de Raad van 29 september 2003 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers, vormt een autonoom unierechtelijk begrip dat in alle lidstaten uniform moet worden uitgelegd in die zin dat het niet alleen betrekking heeft op opzettelijke gedragingen, maar ook op elk aan de nalatigheid van de landbouwer of zijn vertegenwoordiger toe te schrijven handelen of nalaten waardoor de controle ter plaatse niet volledig kon worden uitgevoerd, wanneer deze landbouwer of zijn vertegenwoordiger niet alles heeft gedaan wat redelijkerwijs van hem kon worden verlangd om te waarborgen dat deze controle volledig wordt uitgevoerd.
2)
De afwijzing van de betrokken steunaanvragen op grond van artikel 23, lid 2, van verordening nr. 796/2004 is niet afhankelijk van de voorwaarde dat de landbouwer of zijn vertegenwoordiger naar behoren is ingelicht over het gedeelte van de controle ter plaatse waarvoor zijn medewerking is vereist.
3)
Het begrip „vertegenwoordiger” in artikel 23, lid 2, van verordening nr. 796/2004 vormt een autonoom unierechtelijk begrip dat in alle lidstaten uniform moet worden uitgelegd in die zin dat het in het kader van de controles ter plaatse iedere handelingsbekwame meerderjarige persoon omvat die op het landbouwbedrijf woont en aan wie ten minste een deel van het beheer van dit bedrijf is toevertrouwd, voor zover de landbouwer duidelijk te kennen heeft gegeven dat hij deze persoon wenste te machtigen om hem te vertegenwoordigen, en zich er dus toe heeft verbonden in te staan voor elk handelen of nalaten van die persoon.
4)
Artikel 23, lid 2, van verordening nr. 796/2004 moet aldus worden uitgelegd dat de landbouwer die niet op zijn bedrijf woont, niet verplicht is om een vertegenwoordiger die in de regel te allen tijde op dit bedrijf aanwezig is, aan te wijzen.
(1) PB C 63 van 13.3.2010.
Full & Egal Universal Law Academy