28.1.2012
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 25/5
Arrest van het Hof (Grote kamer) van 15 november 2011 — Europese Commissie/Bondsrepubliek Duitsland
(Zaak C-539/09) (1)
(Niet-nakoming - Door Rekenkamer aangekondigd voornemen om in lidstaat controles uit te voeren - Weigering van deze lidstaat - Bevoegdheden van Rekenkamer - Artikel 248 EG - Controle van samenwerking van nationale administratieve autoriteiten op gebied van belasting over toegevoegde waarde - Verordening (EG) nr. 1798/2003 - Ontvangsten van Gemeenschap - Eigen middelen uit belasting over toegevoegde waarde)
2012/C 25/08
Procestaal: Duits
Partijen
Verzoekende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: A. Caeiros en B. Conté, gemachtigden)
Verwerende partij: Bondsrepubliek Duitsland (vertegenwoordigers: C. Blaschke en N. Graf Vitzthum, gemachtigden)
Interveniënten aan de zijde van verzoekende partij: Europees Parlement (vertegenwoordigers: R. Passos en E. Waldherr, gemachtigden), Rekenkamer van de Europese Unie (vertegenwoordigers: R. Crowe, T. Kennedy en B. Schäfer, gemachtigden)
Voorwerp
Niet-nakoming — Schending van de artikelen 10 EG en 248, leden 1, 2 en 3, EG, alsook van artikel 140, lid 2 en artikel 142, lid 1, van verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen (PB L 248, blz. 1) — Weigering om de Rekenkamer toe te laten in Duitsland controles te verrichten inzake de administratieve samenwerking tussen de lidstaten op het gebied van btw — Omvang van de controlebevoegdheid van de Rekenkamer
Dictum
1)
Door zich ertegen te verzetten dat de Rekenkamer van de Europese Unie in Duitsland controles uitvoert betreffende de administratieve samenwerking uit hoofde van verordening (EG) nr. 1798/2003 van de Raad van 7 oktober 2003 betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belasting over de toegevoegde waarde en van de uitvoeringsvoorschriften ervan, is de Bondsrepubliek Duitsland de krachtens artikel 248, leden 1 tot en met 3, EG op haar rustende verplichtingen niet nagekomen.
2)
Het beroep wordt verworpen voor het overige.
3)
De Bondsrepubliek Duitsland wordt verwezen in de kosten.
4)
Het Europees Parlement en de Rekenkamer van de Europese Unie dragen hun eigen kosten.
(1) PB C 51 van 27.2.2010.
Full & Egal Universal Law Academy