22.5.2010
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 134/12
Beschikking van het Hof (Vierde kamer) van 11 maart 2010 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door Högsta domstolen — Zweden) — Djurgården-Lilla Värtans Miljöskyddsförening/AB Fortum Värme samägt med Stockholms stad
(Zaak C-24/09) (1)
(Artikel 104, lid 3, eerste alinea, van Reglement voor procesvoering - Richtlijn 85/337/EG - Milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten - Richtlijn 96/61 - Geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging - Inspraak van publiek in milieubesluitvormingsprocedure - Recht om op te komen tegen beslissingen inzake verlening van vergunning voor projecten die aanzienlijk milieueffect kunnen hebben)
2010/C 134/18
Procestaal: Zweeds
Verwijzende rechter
Högsta domstolen
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Djurgården-Lilla Värtans Miljöskyddsförening
Verwerende partij: AB Fortum Värme samägt med Stockholms stad
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Högsta domstolen — Uitlegging van de artikelen 1, lid 2, 6, lid 4, en 10 bis van richtlijn 85/337/EEG van de Raad van 27 juni 1985 betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten (PB L 175, blz. 40), zoals gewijzigd bij richtlijn 2003/35/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 mei 2003, tot voorziening in inspraak van het publiek in de opstelling van bepaalde plannen en programma’s betreffende het milieu en, met betrekking tot inspraak van het publiek en toegang tot de rechter, tot wijziging van de richtlijnen 85/337/EEG en 96/61/EG van de Raad — Verklaring van de Commissie (PB L 156, blz. 17) — Uitlegging van de artikelen 2, punt 14, en 15 bis van richtlijn 96/61/EG van de Raad van 24 september 1996 inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging (PB L 257, blz. 26), zoals gewijzigd bij richtlijn 2003/35/EG — Nationale wettelijke regeling op grond waarvan de lokale verenigingen zonder winstoogmerk kunnen deelnemen aan de voorafgaande vergunningsprocedure voor milieugevaarlijke activiteiten, maar die het recht van die verenigingen om in beroep te gaan tegen beslissingen over een vergunningaanvraag afhankelijk stelt van de voorwaarde dat zij milieubescherming als statutair doel hebben, ten minste drie jaar lang actief zijn geweest en minstens 2 000 leden tellen.
Dictum
1.
De leden van het betrokken publiek in de zin van de artikelen 1, lid 2, en 10 bis van richtlijn 85/337/EEG van de Raad van 27 juni 1985 betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten, zoals gewijzigd bij richtlijn 2003/35/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 mei 2003, alsmede in de zin van de artikelen 2, punt 14, en 15 bis van richtlijn 96/61/EG van de Raad van 24 september 1996 inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging, zoals gewijzigd bij richtlijn 2003/35, welke laatstgenoemde bepalingen zijn overgenomen in de artikelen 2, punt 15, en 16 van richtlijn 2008/1/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 januari 2008 inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging, moeten de beslissing van een instantie die behoort tot de rechterlijke organisatie van een lidstaat, over een vergunningaanvraag voor een project kunnen aanvechten, ongeacht de rol die zij bij de behandeling van die aanvraag hebben kunnen spelen door aan de procedure voor die instantie deel te nemen en hun standpunt aldaar kenbaar te maken.
2.
Artikel 10 bis van richtlijn 85/337, zoals gewijzigd bij richtlijn 2003/35, en artikel 15 bis van richtlijn 96/61, zoals gewijzigd bij richtlijn 2003/35, welke laatstgenoemde bepaling is overgenomen in artikel 16 van richtlijn 2008/1, verzetten zich tegen een bepaling van een nationale wettelijke regeling die het recht om in beroep te gaan tegen een beslissing over een werkzaamheid die valt binnen de werkingssfeer van richtlijn 85/337, zoals gewijzigd bij richtlijn 2003/35, respectievelijk richtlijn 96/61, zoals gewijzigd bij richtlijn 2003/35, voorbehoudt aan verenigingen voor milieubescherming die minstens 2 000 leden tellen.
(1) PB C 69 van 21.3.2009.
Full & Egal Universal Law Academy