27.8.2011
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 252/7
Beschikking van het Hof (Vijfde kamer) van 1 maart 2011 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Rechtbank van eerste aanleg te Luik — België) — Claude Chartry/Belgische Staat
(Zaak C-457/09) (1)
(Prejudiciële verwijzing - Artikel 234 EG - Onderzoek van overeenstemming van nationale regel met zowel Unierecht als nationale Grondwet - Nationale regeling die voorziet in voorrang van incidentele procedure voor grondwettigheidstoetsing - Handvest van grondrechten van Europese Unie - Noodzakelijke band met Unierecht - Kennelijke onbevoegdheid van Hof)
2011/C 252/10
Procestaal: Frans
Verwijzende rechter
Rechtbank van eerste aanleg te Luik
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Claude Chartry
Verwerende partij: Belgische Staat
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Rechtbank van eerste aanleg te Luik — Uitlegging van artikel 6 EU en van artikel 234 EG — Verplichting voor de nationale rechterlijke instanties om zich eerst tot het Belgische Grondwettelijk Hof te wenden in geval van vermeende schending van de fundamentele rechten door een nationale wet — Geldigheid, naar gemeenschapsrecht, van de bepaling die deze verplichting tot voorafgaande adiëring oplegt — Schending van het beginsel van daadwerkelijke bescherming in rechte en van de rechten van verdediging doordat de bodemrechters niet het recht hebben om de overeenstemming van de nationale normen met het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden te toetsen — Verjaring van de invordering van belastingen die de belastingadministratie heeft geheven over „baten uit een vrij beroep”
Dictum
Het Hof van Justitie van de Europese Unie is kennelijk onbevoegd om op de door de Rechtbank van eerste aanleg te Luik (België) gestelde vraag te antwoorden.
(1) PB C 37 van 13.2.2010.
Full & Egal Universal Law Academy