Arrest van het Hof (Zesde kamer) van 4 maart 2010 – Commissie/België
(Zaak C‑258/09)
„Niet-nakoming – Milieu – Richtlijn 2008/1/EG – Geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging – Niet-uitvoering binnen gestelde termijn”
Beroep wegens niet-nakoming – Onderzoek van gegrondheid door Hof – In aanmerking te nemen situatie – Situatie bij verstrijken van in met redenen omkleed advies gestelde termijn (Art. 226 EG) (cf. punt 23)
Voorwerp
Verzuim om binnen de gestelde termijn de maatregelen te hebben genomen of meegedeeld die noodzakelijk zijn om in het Waalse Gewest te voldoen aan artikel 5, lid 1, van richtlijn 2008/1/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 januari 2008 inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging (PB L 24, blz. 8) – Bestaande installaties die gevolgen kunnen hebben voor de emissies in de lucht, het water en de bodem en voor de verontreiniging
Dictum
1) Door ondanks de in artikel 5, lid 1, van richtlijn 2008/1/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 januari 2008 inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging gestelde uiterste datum van 30 oktober 2007 in het Waalse Gewest vergunningen te verlenen voor de werking van bestaande installaties die niet voldoen aan de eisen van de artikelen 3, 7, 9, 10, 13, 14, sub a en b, en 15, lid 2, van deze richtlijn, is het Koninkrijk België de krachtens die richtlijn op hem rustende verplichtingen niet nagekomen.
1)
Het Koninkrijk België wordt verwezen in de kosten.
Full & Egal Universal Law Academy