Zaak C‑423/09
Staatssecretaris van Financiën
tegen
X BV
(verzoek van de Hoge Raad der Nederlanden om een prejudiciële beslissing)
„Gemeenschappelijk douanetarief – Tariefindeling – Gecombineerde nomenclatuur – Gedroogde groenten (knoflookbollen) waaraan vocht niet geheel is onttrokken”
Samenvatting van het arrest
Gemeenschappelijk douanetarief – Tariefposten – Gedroogde knoflookbollen waaraan vocht niet geheel is onttrokken
(Verordening nr. 2658/87 van de Raad, bijlage I; verordening nr. 1810/2004 van de Commissie)
De gecombineerde nomenclatuur die is opgenomen in bijlage I bij verordening nr. 2658/87 met betrekking tot de tarief‑ en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief, zoals gewijzigd bij verordening nr. 1810/2004, moet aldus worden uitgelegd dat knoflook die een intensief drogingsproces heeft ondergaan volgens een speciale behandeling na afloop waarvan het in het product aanwezige vocht (nagenoeg) volledig is onttrokken, dient te worden ingedeeld in postonderverdeling 0712 90 90 van de gecombineerde nomenclatuur, maar dat gedeeltelijk gedroogde knoflook, die de eigenschappen en kenmerken van verse knoflook behoudt, dient te worden ingedeeld in postonderverdeling 0703 20 00 van de gecombineerde nomenclatuur.
Om de knoflookbollen te kunnen indelen in post 0712 moet het drogingsproces van de knoflook leiden tot substantiële en onomkeerbare veranderingen, zodat het product niet meer in natuurlijke toestand verkeert.
Bijgevolg moet de onttrekking van het water de objectieve eigenschappen en kenmerken van het product substantieel wijzigen, en wel zodanig dat die wijziging leidt tot een indeling in een andere tariefpost dan post 0703, die verse of gekoelde groenten omvat.
(cf. punten 25‑26, 35 en dictum)
ARREST VAN HET HOF (Vijfde kamer)
28 oktober 2010 (*)
„Gemeenschappelijk douanetarief – Tariefindeling – Gecombineerde nomenclatuur – Gedroogde groenten (knoflookbollen), waaraan nagenoeg al het vocht is onttrokken”
In zaak C‑423/09,
betreffende een verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens artikel 234 EG, ingediend door de Hoge Raad der Nederlanden bij beslissing van 2 oktober 2009, ingekomen bij het Hof op 29 oktober 2009, in de procedure
Staatssecretaris van Financiën
tegen
X BV,
wijst
HET HOF (Vijfde kamer),
samengesteld als volgt: E. Levits (rapporteur), waarnemend voor de president van de Vijfde kamer, M. Safjan en M. Berger, rechters,
advocaat-generaal: J. Mazák,
griffier: M. Ferreira, hoofdadministrateur,
gezien de stukken en na de terechtzitting op 2 september 2010,
gelet op de opmerkingen van:
– X BV, vertegenwoordigd door N. J. Helder, M. Chin-Oldenziel en G. Danilović, advocaten,
– de Nederlandse regering, vertegenwoordigd door C. Wissels en M. de Ree als gemachtigden,
– de regering van het Verenigd Koninkrijk, vertegenwoordigd door S. Hathaway als gemachtigde, bijgestaan door K. Beal, barrister,
– de Europese Commissie, vertegenwoordigd door L. Bouyon en W. Roels als gemachtigden,
gelet op de beslissing, de advocaat-generaal gehoord, om de zaak zonder conclusie te berechten,
het navolgende
Arrest
1 Het verzoek om een prejudiciële beslissing betreft de uitlegging van de relevante postonderverdelingen voor de indeling van knoflookbollen in de gecombineerde nomenclatuur (hierna: „GN”), die is opgenomen in bijlage I bij verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief‑ en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PB L 256, blz. 1), zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 1810/2004 van de Commissie van 7 september 2004 (PB L 327, blz. 1; hierna: „verordening nr. 2658/87”).
2 Dit verzoek is ingediend in het kader van een geding tussen de Staatssecretaris van Financiën (hierna: „Staatssecretaris”) en X BV (hierna: „X”), over de tariefindeling van bepaalde importen van knoflookbollen.
Toepasselijke bepalingen
Regeling van de Unie
3 De in verordening nr. 2658/87 opgenomen postonderverdelingen van de GN die relevant zijn voor het hoofdgeding, zijn de volgende:
„0703 Uien, sjalotten, knoflook, prei en andere looksoorten, vers of gekoeld:
[...]
0703 20 00 – knoflook
[...]
0712 Gedroogde groenten, ook indien in stukken of in schijven gesneden, dan wel fijngemaakt of in poedervorm, doch niet op andere wijze bereid:
[...]
0712 90 90 – andere”
Toelichtingen op het geharmoniseerde systeem
4 De Internationale Douaneraad, thans de Werelddouaneorganisatie, die is ingesteld bij het op 15 december 1950 te Brussel gesloten verdrag, keurt onder de in artikel 8 van het Internationaal Verdrag betreffende het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en de codering van goederen (hierna: „GS”) vastgelegde voorwaarden de toelichtingen en de indelingsadviezen goed die door het Comité voor het GS worden vastgesteld.
5 Aantekening 2, opgenomen in afdeling I van het GS, bepaalt:
„Voor zover niet anders is bepaald, wordt in de nomenclatuur onder ‚gedroogd’ eveneens verstaan: gedehydreerd, geëvaporeerd of gelyofiliseerd.”
6 De toelichting bij hoofdstuk 7 luidt als volgt:
„Dit hoofdstuk omvat groenten van alle soorten, met inbegrip van de gewassen en andere plantaardige producten bedoeld bij aantekening 2 op dit hoofdstuk, zowel in verse, gekoelde of bevroren staat (ook indien gestoomd of gekookt in water), voorlopig verduurzaamd dan wel gedroogd [gehydreerd, geëvaporeerd of gelyofiliseerd (gevriesdroogd) daaronder begrepen]. [...]
Onder gekoeld wordt verstaan dat de temperatuur van een product gewoonlijk tot om en nabij 0 °C is verlaagd, zonder dat het product bevriest. Bepaalde producten, zoals aardappelen, kunnen echter als gekoeld worden aangemerkt wanneer zij zijn afgekoeld tot 10 °C en op deze temperatuur worden gehouden.
[...]”
7 De toelichting bij post 0712 van het GS bepaalt:
„Deze post omvat de groenten bedoeld bij de posten 07.01 tot en met 07.09, die zijn gedroogd (die zijn gedehydreerd, geëvaporeerd of gevriesdroogd daaronder begrepen) dat wil zeggen waaraan het water is onttrokken volgens verschillende methoden. [...]
Onder deze post worden eveneens ingedeeld de gedroogde groenten die zijn fijngemaakt of in poedervorm zijn gebracht, onder meer om te worden gebruikt voor het kruiden van spijzen of het bereiden van soep. In deze vorm komen voornamelijk voor: asperges, bloemkool, peterselie, kervel, selderij, uien en knoflook.
[...]”
Hoofdgeding en prejudiciële vraag
8 In de periode van 9 december 2004 tot en met 6 juni 2005 heeft X, in haar hoedanigheid van douane-expediteur, 15‑maal aangifte gedaan voor het in het vrije verkeer brengen van partijen knoflookbollen die zich ten tijde van de invoer in koelcontainers bevonden en afkomstig waren uit China. In de invoeraangiften is telkens postonderverdeling 0712 90 90 van de GN vermeld, en zijn de goederen omschreven als „garlic”, „dried garlic” of „white dry garlic” (respectievelijk knoflook, gedroogde knoflook, witte gedroogde knoflook).
9 Nadat de knoflook door de douaneautoriteiten was vrijgegeven, is deze overgebracht naar een gekoelde ruimte van een opslagbedrijf en bij een temperatuur van minus 3 graden Celsius bewaard.
10 Na een administratieve controle in augustus 2005 heeft de inspecteur van de douane zich op het standpunt gesteld dat de ingevoerde knoflook als gekoelde knoflook moest worden ingedeeld in postonderverdeling 0703 20 00 van de GN. De inspecteur stelde daarop uitnodigingen tot betaling van de betrokken douanerechten vast.
11 X heeft hiertegen bezwaar aangetekend, dat werd afgewezen. Daarna ging zij in beroep bij de Rechtbank en werd in het ongelijk gesteld, waarop zij hoger beroep instelde bij het gerechtshof te Amsterdam. Dit gerechtshof oordeelde dat de inspecteur niet aannemelijk had gemaakt dat er grond was om van de aangegeven GN-post 0712 af te wijken. De Staatssecretaris heeft tegen het arrest van het Gerechtshof cassatieberoep ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden.
12 Daarop heeft de Hoge Raad der Nederlanden de behandeling van de zaak geschorst en het Hof de volgende prejudiciële vraag gesteld:
„Aan de hand van welke criteria moet worden bepaald of groenten (knoflookbollen) die in enigerlei mate zijn gedroogd, maar waaraan niet (nagenoeg) al het vocht is onttrokken, en die in gekoelde staat worden ingevoerd, zijn in te delen in postonderverdeling 0703 20 00 van de GN dan wel in postonderverdeling 0712 90 90 van de GN?”
Beantwoording van de prejudiciële vraag
13 Met zijn vraag wenst de verwijzende rechter in wezen te vernemen op basis van welke criteria moet worden bepaald of knoflook die een drogingsproces heeft ondergaan, in postonderverdeling 0703 20 00 van de GN dan wel in postonderverdeling 0712 90 90 van de GN dient te worden ingedeeld.
14 Om te beginnen zij eraan herinnerd dat wanneer het Hof een prejudiciële vraag krijgt voorgelegd op het gebied van de tariefindeling, het veeleer tot taak heeft de nationale rechter de criteria aan te reiken aan de hand waarvan deze de betrokken producten correct in de GN kan indelen, dan zelf deze indeling te verrichten, te meer daar het Hof niet altijd over de daarvoor noodzakelijke gegevens beschikt. De nationale rechter lijkt hiertoe in ieder geval beter toegerust (arrest van 8 juni 2006, Sachsenmilch, C‑196/05, Jurispr. blz. I‑5161, punt 19 en aldaar aangehaalde rechtspraak).
15 Volgens vaste rechtspraak moet, in het belang van de rechtszekerheid en van een gemakkelijke controle, het beslissende criterium voor de tariefindeling van goederen in de regel worden gezocht in de objectieve kenmerken en eigenschappen ervan, zoals deze in de tekst van de GN-posten en in de aantekeningen op de afdeling of het hoofdstuk zijn omschreven (zie met name arresten van 19 februari 2009, Kamino International Logistics, C‑376/07, Jurispr. blz. I‑1167, punt 31, en 20 mei 2010, Data I/O, C‑370/08, nog niet gepubliceerd in de Jurisprudentie, punt 29).
16 De door de Commissie van de Europese Gemeenschappen voor de GN en door de Werelddouaneorganisatie voor het GS uitgewerkte toelichtingen zijn, hoewel rechtens niet bindend, belangrijke hulpmiddelen bij de uitlegging van de draagwijdte van de verschillende tariefposten (arrest van 26 oktober 2006, Turbon International, C‑250/05, Jurispr. blz. I‑10531, punt 16, en arrest Data I/O, reeds aangehaald, punt 30).
17 X betoogt dat GN-post 0703 uitsluitend ziet op verse of gekoelde groenten, welke geen verdere conserveringsbehandeling hebben ondergaan anders dan koelen. Zodra de groenten een bepaalde conserveringsbehandeling hebben ondergaan anders dan koelen, zoals drogen, kunnen zij niet meer in GN-post 0703 worden ingedeeld.
18 X is van mening dat knoflookbollen, hoewel het vocht dat de knoflook bevat hieraan in enige mate is onttrokken, zonder dat al het vocht is onttrokken, in GS-post 0712 moeten worden ingedeeld.
19 Die uitlegging kan niet worden aanvaard. De toelichting op het GS geeft aan dat post 0712 „de groenten bedoeld bij de posten 07.01 tot en met 07.09, die zijn gedroogd (die zijn gedehydreerd, geëvaporeerd of gevriesdroogd daaronder begrepen) dat wil zeggen waaraan het water is onttrokken volgens verschillende methoden” omvat.
20 Uit de bewoordingen van die toelichting blijkt dus dat voor indeling in post 0712 vereist is dat de groenten een intensief drogingsproces hebben ondergaan volgens een speciale behandeling, na afloop waarvan het in het product aanwezige vocht (nagenoeg) volledig is onttrokken.
21 Na dat proces moet de in de groenten overgebleven hoeveelheid vocht te verwaarlozen zijn, bijvoorbeeld, zoals de Commissie ter terechtzitting heeft gesuggereerd, niet meer dan 10 %.
22 Tot staving van haar betoog dat indien knoflookbollen in enige mate gedroogd zijn, de indeling als „verse” of „gekoelde” knoflook in postonderverdeling 0703 20 00 uitgesloten is, en dat ook gedeeltelijk gedroogde knoflook in postonderverdeling 0712 90 90 moet worden ingedeeld, haalt X het arrest van 15 juni 1976, Riemer (120/75, Jurispr. blz. 1003), aan.
23 In het genoemde arrest Riemer heeft het Hof evenwel het verschil onderzocht tussen „verse” en „bevroren” bessen. Derhalve heeft dat arrest betrekking op producten die onder een ander hoofdstuk vallen en die een andere behandeling hebben ondergaan dan droging.
24 Bovendien heeft het Hof in dat arrest vastgesteld dat de kenmerken van bessen die worden ingevroren, door de behandeling bepaalde onomkeerbare veranderingen ondergaan, met name wat hun weefselstructuur betreft, zodat zij ook na geheel of gedeeltelijk te zijn ontdooid, niet meer in natuurlijke toestand verkeren (zie arrest Riemer, reeds aangehaald, punt 4).
25 Naar analogie moet, om de knoflookbollen te kunnen indelen in post 0712, het drogingsproces van de knoflook leiden tot substantiële en onomkeerbare veranderingen, zodat het product niet meer in natuurlijke toestand verkeert.
26 Derhalve moet de onttrekking van het water de objectieve eigenschappen en kenmerken van het product substantieel wijzigen, en wel zodanig dat die wijziging leidt tot een indeling in een andere tariefpost dan post 0703, die verse of gekoelde groenten omvat.
27 Bijgevolg dient gedeeltelijk gedroogde knoflook, die de eigenschappen en kenmerken van verse knoflook behoudt, te worden ingedeeld in tariefpost 0703 en niet in post 0712.
28 Bovendien duidt het feit dat gedeeltelijk gedroogde knoflook in gekoelde staat wordt ingevoerd erop dat de droging niet het in het product aanwezige vocht (nagenoeg) volledig heeft onttrokken, omdat dehydratie een conserveringsmethode is die het mogelijk maakt dat de gedehydreerde producten niet langer behoeven te worden bewaard bij een temperatuur van minder dan 0 °C, zoals de Commissie in haar opmerkingen aangeeft.
29 De regering van het Verenigd Koninkrijk wijst er in haar opmerkingen op dat knoflook in de vorm van hele bollen of tenen niet voldoende kan worden gedroogd, in tegenstelling tot fijngemaakte knoflook of knoflook in poedervorm.
30 In dit verband moet worden opgemerkt dat de toelichting op het GS met betrekking tot post 0712 bepaalt dat „[o]nder deze post [...] eveneens [worden] ingedeeld de gedroogde groenten die zijn fijngemaakt of in poedervorm zijn gebracht, onder meer om te worden gebruikt voor het kruiden van spijzen of het bereiden van soep. In deze vorm [komt] voornamelijk voor: [...] knoflook.”
31 Hieruit volgt dat de knoflook die is ingedeeld in post 0712 gewoonlijk is fijngemaakt of in poedervorm is gebracht. Niettemin sluit de tekst van GN-post 0712 „Gedroogde groenten, ook indien in stukken of in schijven gesneden, dan wel fijngemaakt of in poedervorm, doch niet op andere wijze bereid” niet uitdrukkelijk uit dat hele knoflookbollen of knoflooktenen ook in die post kunnen worden ingedeeld, indien zij voldoende gedroogd zijn, zelfs wanneer een dergelijk product niet op grote schaal in de handel wordt gebracht.
32 In haar opmerkingen heeft de Commissie de houdbaarheidsduur als aanvullend criterium voor de indeling van knoflookbollen voorgesteld, aangezien enkel volledig gedroogde knoflook gedurende lange tijd kan worden bewaard, terwijl verse of gekoelde knoflook noodzakelijkerwijze een kortere houdbaarheidsduur heeft.
33 Dienaangaande moet worden opgemerkt dat een lange houdbaarheidsduur zeker als een bijkomende aanwijzing kan dienen voor de mate van ontvochting van de knoflook teneinde deze te kunnen indelen in post 0712 als gedroogde groente, in tegenstelling tot verse of gekoelde knoflook.
34 Evenwel moet ook worden vastgesteld dat de GN-posten 0703 en 0712 geen enkele verwijzing bevatten naar de houdbaarheid als indelingscriterium, zodat de houdbaarheidsduur zelf niet van invloed is op de tariefindeling van dat product (zie naar analogie arrest van 25 mei 1989, Weber, 40/88, Jurispr. blz. 1395, punt 16).
35 Gelet op een en ander dient op de prejudiciële vraag te worden geantwoord dat de GN die is opgenomen in bijlage I bij verordening nr. 2658/87, aldus moet worden uitgelegd dat knoflook die een intensief drogingsproces heeft ondergaan volgens een speciale behandeling, na afloop waarvan het in het product aanwezige vocht (nagenoeg) volledig is onttrokken, dient te worden ingedeeld in postonderverdeling 0712 90 90 van de GN, maar dat gedeeltelijk gedroogde knoflook, die de eigenschappen en kenmerken van verse knoflook behoudt, dient te worden ingedeeld in postonderverdeling 0703 20 00 van de GN.
Kosten
36 Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen. De door anderen wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakte kosten komen niet voor vergoeding in aanmerking.
Het Hof (Vijfde kamer) verklaart voor recht:
De gecombineerde nomenclatuur die is opgenomen in bijlage I bij verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief‑ en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief, zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 1810/2004 van de Commissie van 7 september 2004, moet aldus worden uitgelegd dat knoflook die een intensief drogingsproces heeft ondergaan volgens een speciale behandeling, na afloop waarvan het in het product aanwezige vocht (nagenoeg) volledig is onttrokken, dient te worden ingedeeld in postonderverdeling 0712 90 90 van de gecombineerde nomenclatuur, maar dat gedeeltelijk gedroogde knoflook, die de eigenschappen en kenmerken van verse knoflook behoudt, dient te worden ingedeeld in postonderverdeling 0703 20 00 van de gecombineerde nomenclatuur.
ondertekeningen
* Procestaal: Nederlands.
Full & Egal Universal Law Academy