7.3.2009
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 55/19
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Varhoven administrativen sad (Bulgarije) op 6 januari 2009 — Petar Dimitrov Kalinchev/Regionalna Mitnicheska Direktsia — Plovdiv
(Zaak C-2/09)
(2009/C 55/31)
Procestaal: Bulgaars
Verwijzende rechter
Varhoven administrativen sad
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Petar Dimitrov Kalinchev
Verwerende partij: Regionalna Mitnicheska Direktsia — Plovdiv
Prejudiciële vragen
1)
Staat artikel 3, lid 3, van richtlijn 92/12/EEG (1) van de Raad van 25 februari 1992 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben en het verkeer daarvan en de controles daarop, de lidstaten toe een regeling vast te stellen inzake de heffing van accijns op gebruikte motorvoertuigen bij het binnenbrengen daarvan op het grondgebied van de desbetreffende lidstaat, indien deze belasting bij een tweede verkrijging van dergelijke voertuigen die zich reeds op het nationale grondgebied bevinden en waarvoor bij het eerste binnenbrengen op het grondgebied van de lidstaat accijns is voldaan, deze belasting niet hoeft te worden voldaan?
2)
Hoe moet bij de uitlegging van artikel 90, lid 1, EG het begrip „gelijksoortige nationale producten” worden begrepen:
a)
zijn dit producten die afkomstig zijn uit de lidstaat die bepaalde binnenlandse heffingen vaststelt, dan wel
b)
producten die zich reeds op het grondgebied van deze lidstaat bevinden, ongeacht hun herkomst?
3)
Moeten artikel 25 EG en artikel 90, lid 1, EG, voor de beantwoording van beide bovenstaande vragen, worden uitgelegd als een verbod om een gedifferentieerde regeling inzake de heffing van accijns op motorvoertuigen vast te stellen, zoals die welke de Republiek Bulgarije in de artikelen 30 en 40 van de Zakon za aktsizite i danachnite skladove (wet inzake accijns en belastingentrepots — ZADS), naar maatstaf van het bouwjaar en de kilometerstand van de voertuigen, heeft vastgesteld?
(1) PB L 76, blz. 1.
Full & Egal Universal Law Academy