4.4.2009
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 82/11
Hogere voorziening ingesteld op 8 januari 2009 door Gerasimos Potamianos tegen het arrest van het Gerecht van eerste aanleg (Zevende kamer) van 15 oktober 2008 in zaak T-160/04, Potamianos/Commissie
(Zaak C-4/09 P)
(2009/C 82/21)
Procestaal: Frans
Partijen
Rekwirant: Gerasimos Potamianos (vertegenwoordigers: S. Orlandi, A. Coolen, J.-N. Louis en E. Marchal, advocaten)
Andere partij bij de procedure: Commissie van de Europese Gemeenschappen
Conclusies
—
volledige vernietiging van het arrest van het Gerecht van eerste aanleg (Zevende kamer) van 15 oktober 2008 in zaak T-160/04 (Potamianos/Commissie), waarbij het Gerecht heeft verworpen het beroep dat rekwirant op 26 april 2004 had ingesteld tegen het besluit van het tot het aangaan van aanstellingsovereenkomsten bevoegd gezag (TAVAOBG) om zijn overeenkomst van tijdelijk functionaris niet te verlengen;
—
nietigverklaring van het besluit van het TAVAOBG om zijn overeenkomst van tijdelijk functionaris niet te verlengen;
—
verwijzing van de verwerende partij in de kosten van de beide procedures.
Middelen en voornaamste argumenten
Tot staving van zijn hogere voorziening voert rekwirant vier grieven aan.
Met de eerste grief stelt hij dat de uitlegging van het Gerecht dat de niet-verlenging van zijn overeenkomst van tijdelijk functionaris gebaseerd was op met het dienstbelang verband houdende redenen, onjuist is. Rekwirants hiërarchieke meerderen hebben immers meermaals om de verlenging van zijn overeenkomst gevraagd. Uit objectieve, relevante en overeenstemmende aanwijzingen blijkt juist dat de toepassing van de anti-cumulatieregel op grond waarvan de aanstellingsduur van een tijdelijk functionaris op maximaal zes jaar wordt gesteld, de enige basis vormde voor het besluit om zijn overeenkomst niet te verlengen.
Met zijn tweede grief stelt rekwirant dat het Gerecht van een onjuiste rechtsopvatting is uitgegaan door te oordelen dat hij niet had gesolliciteerd naar het betrokken ambt, terwijl hij tijdig om de verlenging van zijn overeenkomst had gevraagd en zijn verzoek een aantal malen had herhaald, zelfs na de bekendmaking van de kennisgeving van vacature.
Met zijn derde grief stelt rekwirant dat het Gerecht van een onjuiste rechtsopvatting is uitgegaan door te oordelen dat het TAVAOBG geen misbruik van bevoegdheid had gemaakt. Er werd immers gebruik gemaakt van tijdelijke functionarissen teneinde het aantal vacante ambten binnen de Commissie te verminderen en, met name, tegemoet te komen aan het tekort aan geslaagde kandidaten voor vergelijkende onderzoeken.
Aan laatstgenoemd doel is evenwel geen afbreuk gedaan door de weigering om na toepassing van de anti-cumulatieregel rekwirants overeenkomst te verlengen, aangezien zijn ambt bekend is gemaakt vóór de bekendmaking van de lijsten van vergelijkende onderzoeken. Bovendien is een andere tijdelijke functionaris voor lange tijd in dat ambt aangesteld, terwijl de overeenkomsten van alle andere tijdelijke functionarissen die voor korte tijd in hetzelfde directoraat waren aangesteld automatisch zijn verlengd, zonder voorafgaande bekendmaking van hun ambten.
Ten slotte is het gelijkheidsbeginsel geschonden, aangezien de overeenkomst van alle andere tijdelijke functionarissen die zich in een vergelijkbare situatie bevonden, met uitzondering van hun anciënniteit, is verlengd zonder dat hun ambten bekend zijn gemaakt, in tegenstelling tot de procedure die in zijn geval is gevolgd. In deze context is de bewijslast tijdens de procedure voor het Gerecht ten onrechte omgekeerd, aangezien de verwerende partij — en niet rekwirant — diende aan te tonen dat zij de zelf uitgevaardigde regels in acht heeft genomen.
Full & Egal Universal Law Academy