21.3.2009
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 69/26
Beroep ingesteld op 14 januari 2009 — Commissie van de Europese Gemeenschappen/Bondsrepubliek Duitsland
(Zaak C-17/09)
(2009/C 69/48)
Procestaal: Duits
Partijen
Verzoekende partij: Commissie van de Europese Gemeenschappen (vertegenwoordigers: B. Schima en C. Zadra, gemachtigden)
Verwerende partij: Bondsrepubliek Duitsland
Conclusies
—
vaststellen dat de Bondsrepubliek Duitsland de verplichtingen heeft geschonden die op haar rusten krachtens artikel 8, junctis titels III tot en met VI van richtlijn 92/50/EEG van de Raad van 18 juni 1992 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor dienstverlening (1), doordat de stad Bonn en de afvalverwerkingsinstallatie Bonn GmbH een overheidsopdracht voor dienstverlening met betrekking tot de verwijdering van bio- en groenafval hebben aanbesteed zonder een Europese aanbestedingsprocedure te voeren;
—
de Bondsrepubliek Duitsland verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Voorwerp van het onderhavige beroep is een dienstverleningsovereenkomst onder bezwarende titel betreffende de verwijdering van bio- en groenafval tussen de stad Bonn, de afvalverwerkingsinstallatie Bonn GmbH (hierna: „AVI GmbH”), enerzijds en de particuliere afvalverwerkingsinrichting EVB Entsorgung und Verwertung Bonn GmbH & Co. KG (hierna: „EVB”) anderzijds. AVI GmbH is een gemeentelijke vennootschap, waarvan 93,46 % van het kapitaal in handen is van Stadtwerke Bonn GmbH — een 100 %- dochtervennootschap van de stad Bonn — en 6,54 % rechtstreeks door de stad Bonn wordt gehouden. In deze overeenkomst verplicht EVB zich enerzijds om huisafval in te zamelen, te sorteren en aan te voeren met het oog op de verwijdering in de afvalverwerkingsinstallatie Bonn en anderzijds om bio- en groenafval uit de bebouwde kom van Bonn tegen een jaarlijks bedrag van 6 miljoen DM in haar composteringsinstallatie te verwerken.
Ofschoon de in geding zijnde verwijderingsovereenkomst een overheidsopdracht voor dienstverlening in de zin van artikel 1, sub a, van richtlijn 92/50/EEG is, is zij zonder formele aanbestedingsprocedure en zonder Europese uitschrijving rechtstreeks met EVB gesloten. De overeenkomst heeft ook de verlening van diensten van afvalverwijdering in de zin van categorie 16 van bijlage I A bij voornoemde richtlijn tot voorwerp en overschrijdt inzoverre de voor toepassing van de richtlijn relevante drempelwaarde.
Anders dan de Bondsrepubliek Duitsland meent, kan het niet van doorslaggevend belang zijn of de overeenkomst naast composteringsdiensten ook nog andere diensten omvat, die door de stad, respectievelijk AVI GmbH, in opdracht van EVB worden verricht. Het is veeleer maatgevend dat de overeenkomst juridisch bindende verplichtingen van EVB jegens de stad in het leven roept om composteringsdiensten onder bezwarende titel te verrichten. Overigens kan ook niet worden gesteld, dat de composteringsdiensten een volstrekt onbeduidend nevenaspect van de overeenkomst zijn, omdat deze diensten een van de kernbestanddelen van het tussen partijen onderhandelde concept vormen en in economische zin een belangrijk deel van het uitgewisselde dienstenpakket uitmaken.
De Commissie kan zich evenmin aansluiten bij het betoog van de bondsregering, dat de stad Bonn op grond van artikel 11, lid 3, sub b, van richtlijn 92/50/EEG de composteringsdiensten mocht aanbesteden volgens de procedure van gunning via onderhandelingen zonder voorafgaande bekendmaking van een aankondiging van opdracht. Volgens de rechtspraak van het Hof moet voornoemde bepaling strikt worden uitgelegd, waarbij de bewijslast voor het bestaan van buitengewone omstandigheden, die de uitzondering rechtvaardigen, rust op degene die zich erop wenst te beroepen. Aangezien de bondsregering niet genoegzaam heeft aangetoond dat EVB een uitsluitend recht op de verlening van de litigieuze composteringsdiensten had en op welke rechtsgrondslag een dergelijk recht berust, kan niet worden aangenomen dat sprake is van de uitzonderingssituatie als bedoeld in artikel 11, lid 3, sub b, van richtlijn 92/50/EEG.
(1) PB L 209, blz. 1.
Full & Egal Universal Law Academy