18.4.2009
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 90/8
Hogere voorziening ingesteld op 19 januari 2009 door ecoblue AG tegen het arrest van het Gerecht van eerste aanleg (Eerste kamer) van 12 november 2008 in zaak T-281/07, ecoblue AG/Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (merken, tekeningen en modellen)
(Zaak C-23/09 P)
2009/C 90/12
Procestaal: Engels
Partijen
Rekwirante: ecoblue AG (vertegenwoordigers: C. Osterrieth en T. Schmitz, Rechtsanwälte)
Andere partijen in de procedure: Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (merken, tekeningen en modellen) en Banco Bilbao Vizcaya Argentaria, SA
Conclusies
—
het arrest van het Gerecht van eerste aanleg van de Europese Gemeenschappen van 12 november 2008 in zaak T-281/07 vernietigen;
—
de beslissing van de eerste kamer van beroep van het Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (merken, tekeningen en modellen) (BHIM) van 25 april 2007 (zaak R 844/2006-1) betreffende gemeenschapsmerkaanvraag nr. 002871598 „Ecoblue” vernietigen;
—
het BHIM verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Rekwirante betoogt dat het Gerecht van eerste aanleg artikel 8, lid 1, sub b, van de gemeenschapsmerkverordening onjuist heeft toegepast, aangezien de conflicterende merken niet de voor het bestaan van gevaar voor verwarring vereiste minimale overeenstemming vertonen.
Zij stelt dat het Gerecht van eerste aanleg ten onrechte heeft geoordeeld dat het onderscheidend vermogen van het oudere merk, waarop de oppositie was gebaseerd, een essentieel onderdeel van de beoordeling van het gevaar voor verwarring vormt. Het Gerecht heeft met dit aspect van het geschil geen rekening gehouden en de twee conflicterende merken enkel vergeleken vanuit visueel, fonetisch en begripsmatig oogpunt, alsof het oudere merk een merk met een gemiddeld onderscheidend vermogen was.
Tevens voert zij aan dat het Gerecht de regel volgens welke de consument normaal gesproken meer aandacht aan het eerste deel van de woorden besteedt, onjuist heeft toegepast. Daar de twee woordbestanddelen „Eco” en „blue” in gelijke mate beschrijvend zijn, zal de consument automatisch meer nadruk leggen op het eerste woord, „Eco”, en het onderscheidend vermogen van beide merken op die manier herkennen.
Bovendien stelt rekwirante dat het Gerecht blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door het begripsmatige verschil tussen de conflicterende merken niet van fundamenteel belang te achten.
Full & Egal Universal Law Academy