4.4.2009
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 82/14
Hogere voorziening ingesteld op 21 januari 2009 door de Franse Republiek tegen het arrest van het Gerecht van eerste aanleg (Zevende kamer) van 4 december 2008 in zaak T-284/08, Organisatie van Volksmujahedeen van Iran/Raad van de Europese Unie
(Zaak C-27/09 P)
(2009/C 82/26)
Procestaal: Engels
Partijen
Rekwirante: Franse Republiek (vertegenwoordigers: E. Belliard, G. de Bergues, A.-L. During, gemachtigden)
Andere partijen in de procedure: Organisatie van Volksmujahedeen van Iran, Raad van de Europese Unie, Commissie van de Europese Gemeenschappen
Conclusies
—
het arrest van het Gerecht van eerste aanleg van de Europese Gemeenschappen van 4 december 2008 in zaak T-284/08, Organisatie van Volksmujahedeen van Iran/Raad, vernietigen;
—
zelf uitspraak doen op het geding met verwerping van het beroep van de OVMI of de zaak naar het Gerecht verwijzen.
Middelen en voornaamste argumenten
De Franse Republiek is van mening dat het bestreden arrest moet worden vernietigd ten eerste omdat het Gerecht blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting waar het van oordeel was dat de Raad besluit 2008/583/EG (1) met schending van de rechten van verdediging van de OVMI had vastgesteld, zonder rekening te houden met de bijzondere omstandigheden van de vaststelling van dit besluit; ten tweede omdat het Gerecht blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting waar het van oordeel was dat de gerechtelijke procedure die in Frankrijk tegen vermeende leden van de OVMI is ingeleid, geen beslissing vormde die beantwoordt aan de definitie van artikel 1, lid 4, van gemeenschappelijk standpunt 2001/931/GBVB van 27 december 2001 betreffende de toepassing van specifieke maatregelen ter bestrijding van het terrorisme, en ten slotte omdat het Gerecht blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting waar het van oordeel was dat de weigering van de Raad om punt 3, sub a, van een van de drie documenten mee te delen die de Franse autoriteiten aan de Raad hebben verstrekt voor het verzoek om de OVMI op de bij besluit 2008/583/EG opgestelde lijst te plaatsen, en die de Raad in antwoord op de beschikking houdende maatregelen van instructie van 26 september 2008 aan het Gerecht heeft meegedeeld, het Gerecht niet in staat stelde de rechtmatigheid van besluit 2008/583/EG te toetsen, en afbreuk deed aan het recht op een effectieve rechterlijke bescherming.
(1) Besluit van de Raad van 15 juli 2008 tot uitvoering van artikel 2, lid 3, van verordening (EG) nr. 2580/2001 inzake specifieke beperkende maatregelen tegen bepaalde personen en entiteiten met het oog op de strijd tegen het terrorisme, en tot intrekking van besluit 2007/868/EG (PB L 188, blz. 21).
Full & Egal Universal Law Academy