18.4.2009
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 90/12
Beroep ingesteld op 30 januari 2009 — Commissie van de Europese Gemeenschappen/Republiek Estland
(Zaak C-46/09)
2009/C 90/18
Procestaal: Ests
Partijen
Verzoekende partij: Commissie van de Europese Gemeenschappen (vertegenwoordigers: E. Randvere en K. Simonsson)
Verwerende partij: Republiek Estland
Conclusies
—
vaststellen dat de Republiek Estland, door richtlijn 2000/59/EG (1) van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2000 betreffende havenontvangstvoorzieningen voor scheepsafval en ladingresiduen niet correct in nationaal recht om te zetten, de krachtens artikel 11 van richtlijn 2000/59/EG op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen;
—
de Republiek Estland verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Uit artikel 11, lid 2, sub a, van richtlijn 2000/59 volgt dat de Republiek Estland verplicht is om criteria vast te stellen voor de selectie ter inspectie van andere schepen dan vissersvaartuigen en pleziervaartuigen waarmee ten hoogste 12 passagiers mogen worden vervoerd.
Artikel 11, lid 2, sub c, van richtlijn 2000/59 bepaalt dat indien de bevoegde autoriteit het resultaat van een inspectie niet bevredigend acht, zij ervoor zorg draagt dat het schip de haven niet verlaat voordat het zijn scheepsafval en/of ladingresiduen bij een havenontvangstvoorziening heeft afgegeven overeenkomstig de artikelen 7 en 10.
De Republiek Estland heeft aangekondigd dat zij voornemens is om de Estse wetgeving aan te vullen, teneinde deze bepalingen van de richtlijn correct om te zetten. De Commissie beschikt niet over informatie betreffende de vaststelling van dergelijke wijzigingen.
(1) PB L 332, blz. 81.
Full & Egal Universal Law Academy