4.4.2009
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 82/19
Beroep ingesteld op 4 februari 2009 — Commissie van de Europese Gemeenschappen/Ierland
(Zaak C-50/09)
(2009/C 82/35)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partij: Commissie van de Europese Gemeenschappen (vertegenwoordigers: P. Oliver, C. Clyne, J.-B. Laignelot, gemachtigden)
Verwerende partij: Ierland
Conclusies
—
Vaststellen dat Ierland
—
door artikel 3 van richtlijn 85/337/EEG (1) van de Raad betreffende de milieu-effectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten, zoals gewijzigd, niet om te zetten,
—
door niet te verzekeren dat wanneer de Ierse planningsautoriteiten en het Environmental Protection Agency (Agentschap voor milieubescherming) beide besluitvormingsbevoegdheden hebben inzake een project, volledig aan de vereisten van de artikelen 2, 3 en 4 van de richtlijn wordt voldaan,
—
door sloopwerkzaamheden uit te sluiten van de werkingssfeer van zijn wettelijke regeling ter omzetting van deze richtlijn,
de krachtens deze richtlijn op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen;
—
Ierland verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Verzuim om artikel 3 van de richtlijn om te zetten
De Commissie stelt dat Section 173 van de Planning and Development Regulations 2000, waarin wordt vereist dat planningautoriteiten rekening houden met milieueffectverklaringen (MEV) en met informatie van adviseurs, betrekking heeft op de plicht om ingevolge artikel 8 van de richtlijn rekening te houden met de overeenkomstig de artikelen 5, 6 en 7 van de richtlijn ingewonnen informatie. Haars inziens komt Section 173 niet overeen met de ruimere plicht van artikel 3 van de richtlijn om te verzekeren dat bij de milieu-effectbeoordeling (MEB) van alle in dit artikel bedoelde aspecten een identificatie, beschrijving en beoordeling wordt gegeven.
Wat de artikelen 94, 108 en 111 van, en bijlage 6 bij de Planning and Development Regulations 2001 betreft, maakt de Commissie de volgende opmerkingen. Artikel 94, gelezen in samenhang met bijlage 6.2(b) stelt vast welke informatie een MEV moet bevatten. Dit is een verwijzing naar de informatie die de opdrachtgever krachtens artikel 5 van de richtlijn moet verstrekken; dit moet dus worden onderscheiden van de MEB die het totale beoordelingsproces vormt. De artikelen 108 en 111 vereisen dat de planningsautoriteiten nagaan of een MEV adequaat is. De Commissie meent dat deze bepalingen betrekking hebben op artikel 5 van de richtlijn maar geen substituut vormen voor de omzetting van artikel 3 van de richtlijn. De door een opdrachtgever verstrekte informatie vormt slechts één onderdeel van een MEB en bepalingen betreffende dergelijke informatie zijn geen substituut voor de in artikel 3 omschreven verplichting.
Verzuim om gepaste coördinatie tussen autoriteiten te vereisen
Hoewel de Commissie in beginsel geen bezwaren heeft tegen besluitvorming op meerdere niveaus of tegen het spreiden van de besluitvormingsverantwoordelijkheid voor een en hetzelfde project over verschillende besluitvormers, maakt zij zich zorgen over de precieze manier waarop de plichten van de verschillende besluitvormers gestalte hebben gekregen. Volgens de Commissie bevat de Ierse wettelijke regeling geen verplichting voor besluitvormers om daadwerkelijk met elkaar te samen te werken, en is zij derhalve in strijd met de artikelen 2, 3 en 4 van de richtlijn.
Verzuim om richtlijn toe te passen op sloopwerkzaamheden
De Commissie meent dat indien aan de andere in de richtlijn gestelde voorwaarden is voldaan, een MEB moet worden verricht voor sloopwerkzaamheden. Ierland was voornemens om bij de Planning and Development Regulations 2001 (bijlage 2, Deel I, klasse 50) bijna alle sloopwerkzaamheden vrij te stellen. Volgens de Commissie is dat duidelijk in strijd met de richtlijn.
(1) PB L 175, blz. 40.
Full & Egal Universal Law Academy