20.6.2009
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 141/30
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Symvoulio tis Epikrateias (Griekenland) op 2 april 2009 — Enosi Efopliston Aktoploïas, ANEK, Minoïkes Grammes, N.E./Lesbou, Blue Star Ferries/Ypourgos Emborikis Naftilias
(Zaak C-122/09)
2009/C 141/52
Procestaal: Grieks
Verwijzende rechter
Symvoulio tis Epikrateias
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: Enosi Efopliston Aktoploïas, ANEK, Minoïkes Grammes, N.E.Lesbou, Blue Star Ferries
Verwerende partij: Ypourgos Emborikis Naftilias
Prejudiciële vragen
1)
Dienen de artikelen 10, tweede alinea, en 249, tweede alinea, EG aldus te worden verstaan dat
a)
gedurende de bij artikel 6, lid 3, van verordening nr. 3577/92 van de Raad van 7 december 1992 houdende toepassing van het beginsel van het vrij verrichten van diensten op het zeevervoer binnen de lidstaten (cabotage in het zeevervoer), voorziene tijdelijke uitsluiting (tot 1 januari 2004) van Griekenland van deze verordening, de Griekse wetgever zich diende te onthouden van maatregelen die de volledige en effectieve toepassing van deze verordening na 1 januari 2004 ernstig in gevaar zouden brengen?
b)
particulieren een beroep kunnen doen op deze verordening teneinde de gelding te betwisten van bepalingen die de Griekse wetgever vóór 1 januari 2004 heeft vastgesteld, indien die bepalingen de volledige en effectieve toepassing van de verordening in Griekenland na 1 januari 2004 ernstig in gevaar brengen?
2)
Indien het antwoord op de eerste vraag bevestigend is, wordt de volledige en effectieve toepassing van verordening nr. 3577/92 in Griekenland na 1 januari 2004 dan ernstig in gevaar gebracht doordat de Griekse wetgever vóór 1 januari 2004 bepalingen met een uitputtend en permanent karakter heeft vastgesteld die indruisen tegen de verordening, terwijl hij niet heeft voorzien in buitenwerkingtreding van deze bepalingen met ingang van 1 januari 2004?
3)
Indien de eerste en de tweede vraag bevestigend worden beantwoord, staan de artikelen 1, 2 en 4 van verordening (EG) nr. 3577/92 dan nationale bepalingen toe volgens welke reders cabotagediensten slechts kunnen verrichten op bepaalde jaarlijks door de bevoegde nationale autoriteit aangewezen trajecten en na verkrijging van een voorafgaande administratieve vergunning, die verleend wordt volgens een stelsel met de volgende kenmerken: i) het omvat zonder uitzondering alle trajecten waarbij eilanden worden aangedaan, ii) de bevoegde nationale autoriteit beschikt bij de aanvaarding van een ingediende aanvraag tot het inzetten van een schip over een discretionaire bevoegdheid tot eenzijdige wijziging van onderdelen van de aanvraag die betrekking hebben op de frequentie van de dienstregeling, het tijdstip van onderbreking daarvan, en het tarief, zonder dat de daarbij gehanteerde criteria tevoren in een rechtsregel zijn gespecificeerd?
4)
Wanneer de eerste vraag en de tweede vraag bevestigend worden beantwoord: vormt een nationale regeling die voorschrijft dat een reder aan wie door een bestuursorgaan vergunning is verleend tot het inzetten van een schip voor het onderhouden van een veerdienst op een bepaald traject (door aanvaarding van de daartoe door hem ingediende aanvraag zonder wijziging daarvan, dan wel na wijziging van die aanvraag op bepaalde onderdelen, die de reder heeft geaccepteerd), in beginsel verplicht is om de veerdienst op dat traject zonder enige onderbrekingen uit te voeren tijdens de gehele duur van het jaar waarvoor de dienst is vastgesteld, en ter verzekering van de nakoming van deze verplichting, vóór met de vaart begonnen wordt, een schriftelijke garantie dient te verstrekken die geheel of gedeeltelijk vervalt bij het niet of niet nauwgezet nakomen daarvan, een ongeoorloofde beperking op het vrij verrichten van diensten in de zin van artikel 49 EG-Verdrag?
Full & Egal Universal Law Academy