1.8.2009
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 180/26
Beroep ingesteld op 7 mei 2009 — Commissie van de Europese Gemeenschappen/Koninkrijk Spanje
(Zaak C-158/09)
2009/C 180/45
Procestaal: Spaans
Partijen
Verzoekende partij: Commissie van de Europese Gemeenschappen (vertegenwoordigers: I. Martinez del Peral Cagigal en M. van Beek, gemachtigden)
Verwerende partij: Koninkrijk Spanje
Conclusies
—
vaststellen dat het Koninkrijk Spanje, door niet de wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn ter omzetting van richtlijn 2003/88/EG (1) met betrekking tot niet-burgerlijk personeel in overheidsdienst, de verplichtingen niet is nagekomen die op hem rusten krachtens artikel 1, lid 3, van richtlijn 2003/88/EG en artikel 18, sub a, van richtlijn 93/104/EG (2), gehandhaafd bij artikel 27, lid 1, van richtlijn 2003/88/EG, dat moet worden gelezen in samenhang met bijlage I, deel B, van diezelfde richtlijn.
—
het Koninkrijk Spanje verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Richtlijn 2003/88/EG beoogt minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid op het gebied van de organisatie van de arbeidstijd te bepalen. Als codificatierichtlijn heeft zij richtlijn 93/104/EG vervangen zonder afbreuk te doen aan de verplichtingen van de lidstaten wat betreft de termijnen voor omzetting ervan.
De door de Spaanse autoriteiten bij de Commissie aangemelde maatregelen tot omzetting van richtlijn 2003/88/EG omvatten niet de wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen die nodig zijn ter omzetting van de richtlijn met betrekking tot niet-burgerlijk personeel in overheidsdienst.
Artikel 1, lid 3, van richtlijn 2003/88/EG bepaalt dat deze richtlijn van toepassing is op alle particuliere of openbare sectoren in de zin van artikel 2 van richtlijn 89/391/EEG (3), dat enkele uitzonderingen bevat wegens bijzondere aspecten die inherent zijn aan bepaalde activiteiten in overheidsdienst, bij voorbeeld bij de strijdkrachten of de politie, of aan bepaalde activiteiten in het kader van de bevolkingsbescherming. Volgens de rechtspraak van het Hof berust het door de gemeenschapswetgever gehanteerde criterium ter bepaling van de werkingssfeer van richtlijn 89/391/EEG niet op het behoren van de werknemers tot de verschillende in artikel 2 van deze richtlijn vermelde algemene activiteitssectoren, in hun geheel beschouwd, maar alleen op de specifieke aard van bepaalde door werknemers in deze sectoren uitgeoefende bijzondere taken.
Derhalve lijdt het volgens verzoekster geen twijfel dat richtlijn 2003/88/EG van toepassing is op het niet-burgerlijk personeel in overheidsdienst en, binnen deze groep, op de Guardia Civil, zodat het ontbreken van omzettingsmaatregelen in deze sector een schending van deze richtlijn vormt.
(1) van het Europees Parlement en de Raad van 4 november 2003 betreffende een aantal aspecten van de organisatie van de arbeidstijd (PB L 299, blz. 9).
(2) van de Raad van 23 november 1993 betreffende een aantal aspecten van de organisatie van de arbeidstijd (PB L 307, blz. 18).
(3) van de Raad van 12 juni 1989 betreffende de tenuitvoerlegging van maatregelen ter bevordering van de verbetering van de veiligheid en de gezondheid van de werknemers op het werk (PB L 183, blz. 1).
Full & Egal Universal Law Academy