1.8.2009
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 180/34
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Bundesgerichtshof (Duitsland) op 8 juni 2009 — Volvo Car Germany GmbH/Autohof Weidensdorf GmbH
(Zaak C-203/09)
2009/C 180/59
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Bundesgerichtshof
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Volvo Car Germany GmbH
Verwerende partij: Autohof Weidensdorf GmbH
Prejudiciële vragen
1)
Dient artikel 18, sub a, van richtlijn 86/653/EEG van de Raad van 18 december 1986 inzake de coördinatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake zelfstandige handelsagenten (1) aldus te worden uitgelegd dat deze bepaling zich verzet tegen een nationale regeling volgens welke de handelsagent ook in het geval van een regelmatige opzegging door de principaal geen recht op vergoeding heeft, wanneer een gewichtige reden voor de opzegging van de overeenkomst zonder opzeggingstermijn wegens een aan de handelsagent te wijten omstandigheid op het moment van de regelmatige opzegging weliswaar bestond, maar deze niet de reden voor de opzegging was?
2)
Indien een dergelijke nationale regeling verenigbaar is met de richtlijn:
Verzet artikel 18, sub a, van de richtlijn zich tegen overeenkomstige toepassing van de nationale regeling inzake de uitsluiting van het vergoedingsrecht op de situatie dat een gewichtige reden voor de opzegging van de overeenkomst zonder opzeggingstermijn wegens een aan de handelsagent te wijten omstandigheid pas na de regelmatige opzegging van de overeenkomst is opgetreden en de principaal hiervan pas na de beëindiging van de overeenkomst kennis heeft genomen, waardoor hij de overeenkomst niet alsnog zonder opzeggingstermijn wegens een aan de handelsagent te wijten omstandigheid kon opzeggen?
(1) PB L 382, blz. 17.
Full & Egal Universal Law Academy