29.8.2009
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 205/22
Hogere voorziening ingesteld op 15 juni 2009 door de Commissie van de Europese Gemeenschappen tegen het arrest van het Gerecht van eerste aanleg (Zevende kamer) van 31 maart 2009 in zaak T-405/06, ArcelorMittal Luxembourg e.a./Commissie
(Zaak C-216/09 P)
2009/C 205/38
Procestaal: Frans
Partijen
Rekwirante: Commissie van de Europese Gemeenschappen (vertegenwoordigers: F. Castillo de la Torre en X. Lewis, gemachtigden)
Andere partijen in de procedure: ArcelorMittal Luxembourg SA, voorheen Arcelor Luxembourg SA, ArcelorMittal Belval & Differdange, voorheen Arcelor Profil Luxembourg SA, ArcelorMittal International, voorheen Arcelor International SA
Conclusies
—
het arrest van 31 maart 2009 in zaak T-405/06, ArcelorMittal Luxembourg e.a./Commissie, vernietigen, voor zover hierbij de geldboeten nietig worden verklaard die bij beschikking C(2006) 5342 def. van de Commissie van 8 november 2006 (1) aan ArcelorMittal Belval & Differdange SA (voorheen ProfilARBED) en ArcelorMittal International SA (voorheen TradeARBED) zijn opgelegd;
—
het beroep van ArcelorMittal Belval & Differdange SA en ArcelorMittal International SA verwerpen;
—
de andere partijen verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar hogere voorziening voert rekwirante één middel aan, namelijk de schending door het Gerecht van de regels betreffende de verjaring van het recht van vervolging.
Volgens de Commissie is het arrest van het Gerecht gebaseerd op een letterlijke en al te strikte uitlegging van beschikking nr. 715/78/EGKS (2) en met name van de artikelen 2, lid 3, en 3 ervan, voor zover het een onderscheid maakt tussen de stuiting en de schorsing van de verjaring. Anders dan artikel 2, lid 2, dat uitdrukkelijk bepaalt dat de stuiting van de verjaring geldt erga omnes, spreekt artikel 3 zich niet uit over de gevolgen van de schorsing. Het Gerecht geeft blijk van een onjuiste rechtsopvatting voor zover het tot de conclusie komt dat de schorsing van de verjaring die het gevolg is van het feit dat een partij een gerechtelijke procedure voor de gemeenschapsrechter heeft ingesteld, slechts geldt ten aanzien van de verzoekende partij en dat de verjaringstermijn dus voor de andere partijen verstreken is.
Anders dan het Gerecht heeft geoordeeld, kan uit het stilzwijgen van de wetgever niet worden afgeleid dat de schorsing slechts relatieve werking heeft. Artikel 3 van beschikking nr. 715/78/EGKS dient te worden uitgelegd in het licht van de doelstellingen van de betrokken regeling, die ertoe strekt de Commissie in staat te stellen om inbreuken op de mededingingsregels doeltreffend te vervolgen en te bestraffen.
(1) Beschikking C(2006) 5342 def. van de Commissie van 8 november 2006 inzake een procedure op grond van artikel 65 [KS] betreffende overeenkomsten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen van Europese balkenproducenten (zaak COMP/F/38.907 — Stalen balken).
(2) Beschikking nr. 715/78/EGKS van de Commissie van 6 april 1978 inzake de verjaring van het recht van vervolging en van tenuitvoerlegging op het toepassingsgebied van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (PB L 94, blz. 22).
Full & Egal Universal Law Academy