15.8.2009
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 193/15
Beroep ingesteld op 16 juni 2009 — Commissie/Republiek Malta
(Zaak C-220/09)
2009/C 193/20
Procestaal: Maltees
Partijen
Verzoekende partij: Commissie van de Europese Gemeenschappen (vertegenwoordigers: J. Aquilina en W. Wils, gemachtigden)
Verwerende partij: Republiek Malta
Conclusies
—
vaststellen dat de Republiek Malta, door de bijlage vermeld in artikel 3, lid 3, en artikel 5, derde zin, van richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (1), niet correct om te zetten in nationaal recht, de krachtens deze richtlijn op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen;
—
de Republiek Malta verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
De Commissie betoogt dat de Republiek Malta de bijlage vermeld in artikel 3, lid 3, en artikel 5, derde zin, van richtlijn 93/13/EEG (hierna: „richtlijn”) niet correct in nationaal recht heeft omgezet en dus de krachtens deze richtlijn op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
Volgens de Commissie is het ter uitvoering van een richtlijn niet noodzakelijkerwijs vereist dat de lidstaten wetgevend optreden, maar is het essentieel dat de nationale wetgeving waarborgt dat de nationale autoriteiten de richtlijn effectief volledig toepassen, dat de rechtspositie uit hoofde van het nationale recht voldoende nauwkeurig en duidelijk is, en dat individuen volledig in kennis worden gesteld van hun rechten en zich in voorkomend geval op deze rechten kunnen beroepen voor de nationale rechter.
Wat meer bepaald de bijlage vermeld in artikel 3, lid 3, van de richtlijn betreft, betoogt de Commissie dat de omzetting van deze bijlage in Maltees recht zowel noodzakelijk als belangrijk is. Voor zover de in de bijlage bij de richtlijn vervatte lijst indicatief en illustratief is, vormt deze een bron van informatie voor zowel de nationale autoriteiten die instaan voor de toepassing van de uitvoeringsmaatregelen, als voor individuen die door deze maatregelen worden getroffen. Om het door de richtlijn beoogde resultaat te bereiken, moeten de lidstaten daarom een uitvoeringsvorm en –methode kiezen die voldoende waarborgen dat het publiek daarvan kennis kan nemen.
De Commissie voert aan dat de Republiek Malta geen maatregelen heeft getroffen die voldoende waarborgen dat het publiek in kennis zou worden gesteld van de gehele lijst van de bijlage bij de richtlijn, in het bijzonder de punten 1, sub a, f, g, h, en punt 1, sub q, in zijn geheel. Bovendien heeft de Republiek Malta niet meegedeeld dat de bijlage bij de richtlijn in zijn geheel was weergegeven in de voorbereidende werkzaamheden voor de wet waarbij de richtlijn is uitgevoerd, welke voorbereidende werkzaamheden naar Maltese rechtstraditie een belangrijke hulp bij de uitlegging zijn. Bovendien was er geen andere aanduiding gegeven dat deze informatie het publiek op enige andere wijze zou worden verstrekt.
Met betrekking tot de omzetting in Maltees recht van de derde zin van artikel 5 van de richtlijn, betoogt de Commissie dat de omzetting van deze zin in Maltees recht zowel noodzakelijk als belangrijk is, aangezien de stipulatie in de betrokken zin een bindende wetsbepaling is die de consument uitgebreidere rechten en een grotere bescherming biedt en bijdraagt tot het bepalen van het resultaat dat de richtlijn beoogt te bereiken.
(1) PB L 95, blz. 29.
Full & Egal Universal Law Academy