12.9.2009
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 220/19
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Bundesfinanzhof (Duitsland) op 25 juni 2009 — Hauptzollamt Oldenburg/Theodor Aissen en Hermann Rohaan, interveniënt: Bundesministerium der Finanzen
(Zaak C-231/09)
2009/C 220/36
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Bundesfinanzhof
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Hauptzollamt Oldenburg
Verwerende partijen: Theodor Aissen en Hermann Rohaan,
Interveniënt: Bundesministerium der Finanzen
Prejudiciële vragen
1)
Dient het gemeenschapsrecht, en in het bijzonder artikel 5, sub k, van verordening (EG) nr. 1788/2003 van de Raad van 29 september 2003 tot vaststelling van een heffing in de sector melk en zuivelproducten (1), aldus te worden uitgelegd dat de referentiehoeveelheid van een producent die tijdens een lopend tijdvak van twaalf maanden van een andere producent een landbouwbedrijf heeft overgenomen, niet de hoeveelheid omvat op grond waarvan tijdens het betrokken tijdvak van twaalf maanden door die andere producent vóór de overdracht van het bedrijf melk is geleverd?
2)
Staan communautaire voorschriften of algemene beginselen van de gemeenschappelijke marktordening voor melk en zuivelproducten in de weg aan een nationale regeling, die, in het kader van de in artikel 10, lid 3, van verordening (EG) nr. 1788/2003 voorziene saldering van het ongebruikte deel van de nationale referentiehoeveelheid met leveringen boven de quota, in de in de eerste vraag aan de orde zijnde situatie de producent die het bedrijf tijdens het tijdvak van twaalf maanden heeft overgenomen, ook met het door de andere producent geleverde deel van de referentiehoeveelheid laat deelnemen aan de toewijzing van dat ongebruikte deel?
(1) PB L 270, blz. 123.
Full & Egal Universal Law Academy