26.9.2009
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 233/8
Beroep ingesteld op 16 juli 2009 — Commissie van de Europese Gemeenschappen/Republiek Polen
(Zaak C-271/09)
2009/C 233/12
Procestaal: Pools
Partijen
Verzoekende partij: Commissie van de Europese Gemeenschappen (vertegenwoordigers: E. Montaguti en K. Hermann, gemachtigden)
Verwerende partij: Republiek Polen
Conclusies
—
vaststellen dat de Republiek Polen niet heeft voldaan aan de verplichtingen die op haar rusten krachtens artikel 56 EG, door de artikelen 143, 136, lid 3, en 136a, lid 2, van de wet van 28 augustus 1997 op de organisatie en de werkzaamheid van de pensioenfondsen (ustawa o organizacji i funkcjonowaniu funduszy emerytalnych), die beperkingen opleggen aan investeringen in het buitenland door Poolse openbare pensioenfondsen, te handhaven;
—
de Republiek Polen verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
De Commissie zet uiteen dat artikel 143 van de wet op de organisatie en de werkzaamheid van de pensioenfondsen (hierna: „pensioenfondsenwet”) de waarde van beleggingen buiten de Republiek Polen waartoe openbare pensioenfondsen (otwarte fundusze emerytalne, OFE, hierna: „OPF”) kunnen overgaan krachtens lid 2 van dit artikel, beperkt tot slechts 5 % van de waarde van de activa van het betrokken OPF. Bovendien ontbreken in de opsomming van de soorten investeringen in het buitenland in artikel 143, lid 1, van de pensioenfondswet een reeks categorieën beleggingen die voor investeringen door OPF binnen de Republiek Polen wel mogelijk zijn.
Volgens artikel 136, lid 3, van de pensioenfondswet wordt de waarde van beleggingen in deelnemingsbewijzen die worden uitgegeven door in andere lidstaten gevestigde investeringsmaatschappijen in de zin van artikel 143, lid 1, van deze wet, bij de bepaling van het nettoactief van de OPF niet meegerekend. Op basis van de waarde van het nettoactief van een OPF wordt echter het bedrag van de administratiekosten van de OPF berekend. Daardoor vormt dit voorschrift een beperking van het kapitaalverkeer in de zin van artikel 56 EG, daar zij tot gevolg heeft dat OPF besluiten, niet in buitenlandse fondsen te investeren.
Artikel 136a, lid 2, van de pensioenfondswet bepaalt dat transactiekosten in verband met buitenlandse verrekenkamers slechts uit activa van de OPF mogen worden vereffend ter hoogte van de overeenkomstige kosten van binnenlandse verrekenkamers. Daardoor kunnen OPF besluiten, niet in het buitenland te investeren, daar de transactiekosten niet in volle omvang uit de activa van de OPF kunnen worden verrekend, zoals dat bij binnenlandse investeringen wel het geval is.
Volgens de Commissie is artikel 56 EG toepasselijk op de beleggingsactiviteit van OPF. Deze is een onderdeel van het Poolse pensioensysteem, dat een kapitaaldekkingstelsel is. De litigieuze beperkingen van het kapitaalverkeer kunnen noch om redenen in verband met toezicht uit hoofde van artikel 58 EG, noch om redenen van hogere rang in verband met het openbaar belang worden gerechtvaardigd. Kwantitatieve beperkingen en beperkingen van categorieën kapitaalverkeer zijn immers geen maatregelen waarmee de financiële stabiliteit van de door de OPF beheerde bijdragen van hun leden doeltreffend kan worden verzekerd. Hoe dan ook zijn alle litigieuze maatregelen onevenredig.
Full & Egal Universal Law Academy