19.12.2009
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 312/10
Beroep ingesteld op 17 augustus 2009 — Commissie van de Europese Gemeenschappen/Republiek Polen
(Zaak C-331/09)
2009/C 312/17
Procestaal: Pools
Partijen
Verzoekende partij: Commissie van de Europese Gemeenschappen (vertegenwoordigers: K. Gross, A. Stobiecka-Kuik, gemachtigden)
Verwerende partij: Republiek Polen
Conclusies
—
vaststellen dat de Republiek Polen, door niet te voldoen aan de verplichtingen die voortvloeien uit de beschikking van de Commissie van 23 oktober 2007 betreffende staatssteun C 23/06 (ex NN 35/06) door Polen toegekend ten gunste van staalproducent Technologie Buczek Group [Kennisgeving geschied onder nummer C(2007) 5087] (PB 2008, L 116, blz. 26), althans door de Commissie niet van de naleving van die verplichtingen in kennis te stellen, artikel 249, vierde alinea, EG en de artikelen 3, 4 en 5 van de betrokken beschikking heeft geschonden;
—
de Republiek Polen verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Op 23 oktober 2007 heeft de Commissie een beschikking gegeven waarbij zij de terugvordering van steun gelastte van de Poolse staalproducent — Technologie Buczek-concern, met name van Technologii Buczek NV (hierna: „TB”) en haar dochterondernemingen Huta Buczek (hierna: „HB”) en Buczek Automotive (hierna: „BA”), die een vooraf goedgekeurd herstructureringsplan niet correct hebben uitgevoerd en vervolgens onrechtmatige exploitatiesteun hebben ontvangen. Die exploitatiesteun bestond in de niet-uitvoering van publiekrechtelijke verplichtingen. De Republiek Polen heeft op 24 oktober 2007 via haar permanente vertegenwoordiger bij de Europese Unie kennis genomen van die beschikking. De Commissie heeft de Republiek Polen tegelijkertijd opgeroepen alle nodige maatregelen vast te stellen om de onrechtmatig verleende steun terug te vorderen.
Tot op de datum van instelling van het beroep is de aan HB en BA verleende steun niet terugbetaald.
Volgens de Poolse autoriteiten wordt de aanzienlijke vertraging bij de terugvordering behalve door louter technische hinderpalen veroorzaakt door de bepalingen van de Poolse faillissementswet. De Poolse autoriteiten hebben verklaard dat de staatssteun waarvan in de beschikking sprake was, de vorm had van niet-uitvoering van verplichtingen van TB, hoewel in werkelijkheid haar dochterondernemingen van die steun hebben geprofiteerd. In die situatie zou TB formeel aansprakelijk zijn voor alle schulden, waaronder de bedragen die van HB en BA moeten worden teruggevorderd. De bepalingen van de Poolse wet laten aflossing van die schulden beweerdelijk niet toe, behalve in gevallen van „volledige onmogelijkheid”. Indien die vorderingen worden aangemeld, is de faillissementscurator van TB bovendien verplicht die schulden te betalen, waaronder de bedragen die van de dochterondernemingen moeten worden teruggevorderd. Indien die schulden worden terugbetaald, is er voorts geen rechtsgrondslag meer om die bedragen van HB en BA terug te vorderen.
Volgens de Commissie volstaat het echter niet dat de Republiek Polen alle haar ter beschikking staande maatregelen heeft aangewend. De toepassing van die maatregelen dient te leiden tot de doeltreffende en onmiddellijke uitvoering van die beschikking, anders moet worden aangenomen dat de Republiek Polen niet aan haar verplichtingen heeft voldaan. De plicht tot terugvordering wordt door een lidstaat geschonden, wanneer de door die lidstaat ondernomen stappen geen enkele invloed op de feitelijke terugbetaling van die bedragen hebben gehad.
Full & Egal Universal Law Academy