21.11.2009
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 282/29
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Oberste Gerichtshof (Oostenrijk) op 4 september 2009 — Pensionsversicherungsanstalt/Christine Kleist
(Zaak C-356/09)
2009/C 282/49
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Oberster Gerichtshof
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Pensionsversicherungsanstalt
Verwerende partij: Christine Kleist
Prejudiciële vragen
1.
Moet artikel 3, lid 1, sub c, van richtlijn 76/207/EEG van de Raad van 9 februari 1976 betreffende de tenuitvoerlegging van het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen ten aanzien van de toegang tot het arbeidsproces, de beroepsopleiding en de promotiekansen en ten aanzien van de arbeidsvoorwaarden (1), zoals gewijzigd bij richtlijn 2002/73/EG, aldus worden uitgelegd dat het — in het kader van een arbeidsrechtstelsel waarin de algemene ontslagbescherming van werknemers is gebaseerd op hun sociale (financiële) afhankelijkheid van de arbeidsplaats — zich verzet tegen een bepaling van een collectieve arbeidsovereenkomst krachtens welke een bijzondere ontslagbescherming die verder gaat dan de algemene wettelijke ontslagbescherming, slechts wordt geboden tot het moment waarop normalerwijze door de uitkering van een ouderdomspensioen sociale (financiële) zekerheid gegarandeerd is, wanneer dit ouderdomspensioen voor mannen en vrouwen op verschillende tijdstippen aanvangt?
2.
Verzet artikel 3, lid 1, sub c, van richtlijn 76/207/EEG, zoals gewijzigd bij richtlijn 2002/73/EG, zich in het kader van het hierboven uiteengezette arbeidsrechtstelsel tegen een besluit van een openbare werkgever die een werkneemster slechts enkele maanden na het tijdstip waarop zij zekerheid verkrijgt door een ouderdomspensioen, ontslaat teneinde nieuwe werknemers die reeds staan te dringen om toe te treden tot de arbeidsmarkt, aan te nemen?
(1) PB L 39, blz. 40.
Full & Egal Universal Law Academy