5.12.2009
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 297/19
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Sąd Najwyższy (Polen) op 23 september 2009 — Prezes Urzędu Ochrony Konkurencji i Konsumentów/Tele2 Polska sp. z o.o., thans Netia S.A.
(Zaak C-375/09)
2009/C 297/25
Procestaal: Pools
Verwijzende rechter
Sąd Najwyższy
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Prezes Urzędu Ochrony Konkurencji i Konsumentów
Verwerende partij: Tele2 Polska sp. z o.o., thans Netia S.A.
Prejudiciële vragen
1.
Moet artikel 5 van verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad van 16 december 2002 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag (1), aldus worden uitgelegd dat de nationale mededingingsautoriteit geen beslissing mag geven waarbij wordt vastgesteld dat geen sprake is van een mededingingsbeperkende praktijk in de zin van artikel 82 EG, wanneer zij na afloop van een procedure tot de conclusie komt dat de onderneming het uit deze verdragsbepaling voortvloeiende verbod van misbruik van een machtspositie niet heeft overtreden?
2.
Indien de eerste vraag bevestigend wordt beantwoord, moet dan in een situatie waarin de nationale mededingingsautoriteit naar nationaal mededingingsrecht — indien wordt vastgesteld dat het gedrag van de onderneming niet met het verbod van artikel 82 EG in strijd is — een procedure ter beteugeling van mededingingsbeperkende praktijken slechts kan beëindigen met een besluit waarin wordt vastgesteld dat geen sprake is van mededingingsbeperkend gedrag, artikel 5, derde volzin, van verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad van 16 december 2002 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag, aldus worden uitgelegd dat dit een directe rechtsgrondslag vormt voor een beslissing van deze autoriteit dat „voor haar geen reden bestaat om op te treden”?
(1) PB L 1, blz. 1; bijzondere uitgave in het Pools: Hoofdstuk 08 Deel 02 blz. 205
Full & Egal Universal Law Academy