19.12.2009
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 312/16
Beroep ingesteld op 25 september 2009 — Commissie van de Europese Gemeenschappen/Franse Republiek
(Zaak C-383/09)
2009/C 312/26
Procestaal: Frans
Partijen
Verzoekende partij: Commissie van de Europese Gemeenschappen (vertegenwoordigers: O. Beynet en D. Recchia, gemachtigden)
Verwerende partij: Franse Republiek
Conclusies
—
vaststellen dat de Franse Republiek, door geen maatregelenpakket in te stellen waardoor de diersoort Cricetus cricetus (korenwolf) strikt kan worden beschermd, de verplichtingen niet is nagekomen die op haar rusten krachtens artikel 12, lid 1, sub d, van richtlijn 92/43/EEG inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (1);
—
Franse Republiek verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
De Europese Commissie verwijt verweerster dat zij niet, zoals artikel 12 van richtlijn 92/43/EEG vereist, een systeem van strikte bescherming van de diersoort Cricetus cricetus (korenwolf) heeft ingesteld in de Elzas, wat in Frankrijk het natuurlijke verspreidingsgebied van deze diersoort is.
Volgens verzoekster heeft de telling van het aantal holen van dit dier aangetoond dat hun bestand in de laatste jaren aanzienlijk is afgenomen, omdat het aantal holen is gedaald van 1167 in 2001 tot slechts 161 in 2007. In die omstandigheden dreigt de diersoort, die zowel door ongunstige landbouwpraktijken als door oprukkende verstedelijking wordt bedreigd, op zeer korte termijn volledig te verdwijnen.
In haar verzoekschrift erkent de Commissie dat verweerster rekening heeft gehouden met deze problemen door maatregelen vast te stellen betreffende zowel de verstedelijking als de landbouwpraktijken, doch deze maatregelen zijn volgens haar geheel ontoereikend.
Enerzijds beslaan de drie prioritaire actiegebieden, dat wil zeggen de gebieden waarop de meeste inspanningen worden gedaan voor de instandhouding van de soort, immers slechts een klein gedeelte van het grondgebied dat zijn natuurlijke habitat vormt omdat twee derde van de bestaande holen zich buiten deze gebieden bevinden, welke zelf slechts 2 % van het voor de korenwolf geschikte terrein vertegenwoordigen. Om met de maatregelen ter bescherming van deze diersoort een zinvolle territoriale dekking te verzekeren, dient op zijn minst de verspreiding van de korenwolf in 1990, en niet in 2000, als referentie te worden genomen.
Anderzijds zijn de beschermingsmaatregelen zelf zeer ontoereikend. De Commissie betreurt in dit verband met name het gebrek aan duidelijke regelgeving betreffende het gebied waarin de korenwolf thans weer voorkomt. De nationale overheid beschikt immers over een te ruime beoordelingsmarge bij het toestaan van uitzonderingen voor het opstellen van urbanisatieprojecten in gebieden waarin de korenwolf voorkomt en er heerst grote onzekerheid ten aanzien van de compensatiemaatregelen die zijn genomen om deze diersoort te beschermen.
(1) PB L 206, blz. 7.
Full & Egal Universal Law Academy