19.12.2009
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 312/18
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Arbeidshof van Brussel (België) op 30 september 2009 — Jhonny Briot/Randstad Interim, nv Sodexho, Raad van de Europese Unie
(Zaak C-386/09)
2009/C 312/29
Procestaal: Frans
Verwijzende rechter
Arbeidshof van Brussel
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Jhonny Briot
Verwerende partijen: Randstad Interim, nv Sodexho, Raad van de Europese Unie
Prejudiciële vragen
1)
Wanneer in het kader van een overgang van onderneming in de zin van artikel 1, lid 1, van richtlijn 2001/23 (1) blijkt dat bij de overgegane eenheid, namelijk het bedrijfsrestaurant van een gemeenschapsinstelling, op grond van een raamovereenkomst met verschillende uitzendbureaus een aanzienlijk aantal uitzendkrachten in dienst was, moet het uitzendbureau, of, bij gebreke daarvan, de instelling onder het gezag en de leiding waarvan de uitzendkrachten hun arbeid verrichtten, dan als een werkgever-vervreemder in de zin van artikel 2, lid 1, sub a, van die richtlijn worden beschouwd?
In het geval dat noch het uitzendbureau, noch de gebruiker als werkgever-vervreemder kan worden aangemerkt, moet er dan van worden uitgegaan dat de uitzendkrachten de bij richtlijn 2001/23 geboden waarborgen niet kunnen genieten?
2)
Moet artikel 4, lid 1, van richtlijn 2001/23/EG aldus worden uitgelegd dat de niet-vernieuwing van arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd van uitzendkrachten wegens de overgang van de door hen verrichte activiteit, indruist tegen het in die bepaling vervatte verbod, zodat die uitzendkrachten moeten worden geacht op het tijdstip van de overgang nog altijd ter beschikking van de gebruiker te staan?
3)
Moet artikel 3, lid 1, van richtlijn 2001/23/EG, eventueel in samenhang met artikel 2, lid 2, sub c, aldus worden uitgelegd dat de verkrijger daarbij de verplichting wordt opgelegd, een arbeidsverhouding in stand te houden met de uitzendkrachten die de overgegane activiteit verrichtten of die moeten worden geacht op het tijdstip van de overgang nog altijd ter beschikking van de gebruiker te staan?
Zo ja, moet artikel 3, lid 1, aldus worden uitgelegd dat daarbij de sluiting van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd wordt opgelegd wanneer de verkrijger geen uitzendbureau is en geen uitzendovereenkomst kan sluiten?
(1) Richtlijn 2001/23/EG van de Raad van 12 maart 2001 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende het behoud van de rechten van de werknemers bij overgang van ondernemingen, vestigingen of onderdelen van ondernemingen of vestigingen (PB L 82, blz. 16).
Full & Egal Universal Law Academy