27.2.2010
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 51/18
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Tribunale Ordinario di Cosenza (Italië) op 13 november 2009 — C.C.I.A.A. di Cosenza/Grillo Star srl Fallimento
(Zaak C-443/09)
2010/C 51/28
Procestaal: Italiaans
Verwijzende rechter
Tribunale Ordinario di Cosenza
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: C.C.I.A.A. di Cosenza
Verwerende partij: Grillo Star srl Fallimento
Prejudiciële vragen
1)
Zijn de criteria voor de bepaling van de jaarlijkse bijdrage bedoeld in artikel 18, lid 1, sub b, van de Italiaanse wet nr. 580 van 29 december 1993, zoals neergelegd in de leden 3, 4, 5 en 6 van dat artikel, onverenigbaar met richtlijn 2008/7 (1) van de Raad van de Europese Unie van 12 februari 2008 betreffende de indirecte belastingen op het bijeenbrengen van kapitaal, aangezien die bijdrage niet kan vallen onder de uitzondering van artikel 6, lid 1, sub e, van die richtlijn?
2)
In het bijzonder:
—
Vormt de jaarlijkse bijdrage, die wordt berekend op basis van de middelen die noodzakelijk zijn voor het verrichten van de diensten die het systeem van de kamers van koophandel op het gehele nationale grondgebied moet verrichten, een vergoeding?
—
Sluit de omstandigheid dat een egalisatiefonds is opgericht dat moet verzekeren dat op het gehele nationale grondgebied alle bestuurlijke taken die door de wet aan de kamers van koophandel zijn opgedragen, homogeen worden uitgevoerd, uit dat de jaarlijkse bijdrage een vergoeding vormt?
—
Brengt de omstandigheid dat de individuele kamers van koophandel het bedrag van de jaarlijkse bijdrage tot 20 % mogen verhogen om initiatieven ter verhoging van de productie en de verbetering van de economische omstandigheden in hun bevoegdheidsgebieden te cofinancieren, mee dat bedoelde bijdrage geen vergoeding vormt?
—
Staat de omstandigheid dat niet is vastgelegd hoe moet worden bepaald aan welke middelen de kamers van koophandel behoefte hebben voor het houden en het bijwerken van de inschrijvingen en de aanmeldingen in het handelsregister, eraan in de weg dat de jaarlijkse bijdrage als een vergoeding kan worden beschouwd?
—
Sluit de omstandigheid dat het bedrag van de jaarlijkse bijdrage forfaitair wordt bepaald, uit dat deze bijdrage een vergoeding vormt, nu niet is bepaald dat op „geregelde tijdstippen” wordt bezien of het bedrag ervan de gemiddelde kosten van de dienst dekt?
(1) PB L 46, blz. 11.
Full & Egal Universal Law Academy