30.1.2010
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 24/32
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Corte di Appello di Firenze (Italië) op 18 november 2009 — Tonina Enza Iaia, Andrea Moggio, Ugo Vassalle/Ministero dell’Istruzione, dell’Università e della Ricerca, Ministero dell’Economia e delle Finanze, Università di Pisa
(Zaak C-452/09)
2010/C 24/58
Procestaal: Italiaans
Verwijzende rechter
Corte di Appello di Firenze
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: Tonina Enza Iaia, Andrea Moggio, Ugo Vassalle
Verwerende partijen: Ministero dell’Istruzione, dell’Università e della Ricerca, Ministero dell’Economia e delle Finanze, Università di Pisa
Prejudiciële vragen
1)
Is het met het gemeenschapsrecht verenigbaar dat de Italiaanse Staat zich met betrekking tot het tijdvak vóór de vaststelling van de eerste Italiaanse wettelijke regeling tot uitvoering van richtlijn 82/76/EEG (1) mag beroepen op de vijfjarige of de gewone tienjarige verjaringstermijn in het kader van een aan die richtlijn ontleend recht, zonder dat daarmee definitief wordt verhinderd dat dit recht, dat de vorm aanneemt van een recht op salaris/alimentatie, wordt uitgeoefend, of, subsidiair, een vordering tot schadevergoeding/schadeloosstelling wordt ingesteld?
2)
Is het — omgekeerd — met het gemeenschapsrecht verenigbaar dat elke exceptie van verjaring uitgesloten is omdat daardoor de uitoefening van dat recht definitief wordt belemmerd? Dan wel,
3)
is het met het gemeenschapsrecht verenigbaar dat elke exceptie van verjaring uitgesloten is totdat het Hof van Justitie de schending van het gemeenschapsrecht heeft vastgesteld (in casu tot 1999)? Dan wel,
4)
is het met het gemeenschapsrecht verenigbaar dat elke exceptie van verjaring hoe dan ook is uitgesloten totdat de richtlijn waarbij het recht wordt verleend, correct en volledig in het nationale recht is omgezet (wat in casu nooit is gebeurd), zoals het Hof in het arrest Emmott heeft geoordeeld?
(1) PB L 43, blz. 21.
Full & Egal Universal Law Academy