13.3.2010
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 63/21
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Tribunal Suprema (Spanje) op 30 november 2009 — Asociación de Transporte por Carretera/Administración General del Estado
(Zaak C-488/09)
2010/C 63/33
Procestaal: Spaans
Verwijzende rechter
Tribunal Suprema
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Asociación de Transporte por Carretera
Verwerende partij: Administración General del Estado
Prejudiciële vragen
1)
Ingeval de plaats waar de overtreding feitelijk is begaan, wordt vastgesteld nadat een lidstaat een onregelmatigheid in de douaneregeling van het TIR-vervoer heeft geconstateerd en de vordering tot betaling van het bedrag van de belastingaanslag heeft ingediend bij de organisatie die zich op zijn grondgebied garant heeft gesteld, is het dan verenigbaar met artikel 454, lid 3, en artikel 455 van verordening (EEG) nr. 2454/93 (1) van de Commissie van 2 juli 1993, dat de lidstaat van de plaats van de overtreding een nieuwe procedure inleidt voor de invordering van de betrokken rechten bij de belastingschuldigen en de borg staande organisatie van de plaats waar de overtreding feitelijk is begaan, tot het bedrag waarvoor zij aansprakelijk is, wanneer de vaststelling van de plaats van de overtreding na verloop van de in de communautaire verordening voorgeschreven termijn is geschied?
Indien het antwoord bevestigend luidt:
2)
Kan de borg staande organisatie van de lidstaat waar de onregelmatigheid daadwerkelijk heeft plaatsgevonden, zich krachtens artikel 454, lid 3, en artikel 455 van verordening (EEG) nr. 2454/93 dan wel artikel 221, lid 3, van het communautair douanewetboek beroepen op verjaring van het recht om betaling van het bedrag van de gegarandeerde aansprakelijkheid te vorderen, met het argument dat de vastgestelde termijn is verstreken zonder dat zij vóór het verstrijken van die termijn wetenschap had van de feiten?
3)
Heeft de vordering tot betaling die de douane van de lidstaat die de onregelmatigheid heeft vastgesteld, ingevolge artikel 11, lid 2, van de TIR-overeenkomst tot de borg staande organisatie van die lidstaat richt, stuitende werking ten aanzien van de procedure die is ingeleid tegen de borg staande organisatie van de plaats van de overtreding?
4)
Kan artikel 11, lid 2, laatste volzin, van de TIR-overeenkomst aldus worden uitgelegd dat de daarin bepaalde termijn van toepassing is op de lidstaat van de plaats van de overtreding, ook wanneer de lidstaat die de onregelmatigheid heeft vastgesteld, ondanks dat een strafrechtelijke procedure ter zake van die feiten heeft plaatsgehad, de tot de borg staande organisatie gerichte betalingsvordering niet heeft geschorst?
(1) Verordening (EEG) nr. 2454/93 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek
Full & Egal Universal Law Academy