27.3.2010
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 80/11
Hogere voorziening ingesteld op 24 december 2009 door Ferrero SpA tegen het arrest van het Gerecht van eerste aanleg (Tweede kamer) van 14 oktober 2009 in zaak T-140/08, Ferrero SpA/Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (merken, tekeningen en modellen) (BHIM), Tirol Milch reg.Gen.mbH Innsbruck
(Zaak C-552/09 P)
2010/C 80/19
Procestaal: Engels
Partijen
Rekwirante: Ferrero SpA (vertegenwoordigers: F. Jacobacci, avvocato; C. Gielen en H.M.H. Speyart, advocaten)
Andere partijen in de procedure: Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (merken, tekeningen en modellen) (BHIM), Tirol Milch reg.Gen.mbH Innsbruck
Conclusies
—
het bestreden arrest vernietigen;
—
Ferrero's beroep tot vernietiging van de litigieuze beslissing toewijzen of, subsidiair, de zaak terugverwijzen naar het Gerecht voor een nieuwe uitspraak;
—
het BHIM verwijzen in zijn eigen kosten en in die van Ferrero, zowel in de procedure in eerste aanleg als in de hogere voorziening.
Middelen en voornaamste argumenten
Rekwirante betoogt dat het bestreden vonnis moet worden vernietigd op de volgende gronden:
—
het Gerecht van eerste aanleg van de Europese Gemeenschappen (hierna: „Gerecht”) heeft de systematiek van artikel 8 van verordening nr. 40/94 (1) geschonden door één enkele feitelijke beoordeling van de overeenstemming te hebben verricht uit hoofde van zowel artikel 8, lid 1, sub b, als artikel 8, lid 5, hoewel deze twee bepalingen in volstrekt verschillende beoordelingscriteria voorzien;
—
het Gerecht heeft blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting doordat het inzake zijn vaststelling dat de voorwaarden voor toepassing van artikel 8, lid 1, sub b, en lid 5, niet waren vervuld, geen rekening heeft gehouden met de bekendheid van de oudere merken;
—
het Gerecht heeft blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting dan wel de aan hem voorgelegde feiten onjuist opgevat, door bij de beoordeling van de overeenstemming onjuiste, ongegronde en ongeschikte bewijsregels te hebben toegepast;
—
het Gerecht heeft blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door er niet naar behoren rekening mee te houden dat de oudere merken woordmerken bevatten en dat het bestreden merk een beeldmerk betreft;
—
het Gerecht heeft blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door er niet naar behoren rekening mee te houden dat hier sprake is van een merkenfamilie.
(1) Verordening (EG) nr. 40/94 van de Raad van 20 december 1993 inzake het gemeenschapsmerk (PB L 11, blz. 1).
Full & Egal Universal Law Academy