Beschikking van het Hof (Eerste kamer) van 29 januari 2010 – Karatzoglou/Europees Bureau voor Wederopbouw (EBW)
(Zaak C‑68/09 P)
„Hogere voorziening – Artikel 119 van Reglement voor procesvoering – Ambtenarenrecht – Overeenkomst van tijdelijk functionaris voor onbepaalde tijd – Beëindiging”
1. Hogere voorziening – Middelen – Onjuiste beoordeling van feiten – Niet-ontvankelijkheid – Toetsing door Hof van beoordeling van bewijs – Uitgesloten, behoudens geval van onjuiste opvatting (Art. 225 EG; Statuut van het Hof van Justitie, art. 58, eerste alinea) (cf. punten 46‑47, 62)
2. Hogere voorziening – Middelen – Ontbreken van aanwijzing van gestelde onjuiste rechtsopvatting – Niet-ontvankelijkheid (Art. 225 EG; Statuut van het Hof van Justitie, art. 58, eerste alinea; Reglement voor de procesvoering van het Hof, art. 112, lid 1, eerste alinea, sub c) (cf. punten 55‑56)
Voorwerp
Hogere voorziening tegen het arrest van het Gerecht van eerste aanleg (Eerste kamer) van 2 december 2008, Karatzoglou / Europees Bureau voor wederopbouw (EBW) (T‑471/04) – Terugwijzing naar Gerecht na vernietiging – Verwerping van een beroep tot nietigverklaring van het besluit van het EBW houdende beëindiging van verzoekers overeenkomst van tijdelijk functionaris – Motiveringsplicht – Misbruik van bevoegdheid – Beginsel van behoorlijk bestuur
Dictum
1)
De hogere voorziening wordt afgewezen.
2)
G. Karatzoglou wordt verwezen in de kosten.
Full & Egal Universal Law Academy