Beschikking van het Hof (Zevende kamer) van 17 juni 2010 – Michalias/Ioannou-Michalia
(Zaak C‑312/09)
„Artikel 104, lid 3, tweede alinea, van Reglement voor procesvoering – Verordening (EG) nr. 1347/2000 – Artikelen 2, 42 en 46 – Justitiële samenwerking in burgerlijke zaken – Bevoegdheid in huwelijkszaken – Toetreding van staat tot Europese Unie – Echtscheidingsprocedure geopend vóór toetreding – Temporele werkingssfeer van verordening (EG) nr. 1347/2000”
1. Justitiële samenwerking in burgerlijke zaken – Bevoegdheid, erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake ouderlijke verantwoordelijkheid – Verordening nr. 1347/2000 (Toetredingakte 2003; verordening nr. 1347/2000 van de Raad, art. 2, 42, lid 1, en 46) (cf. punten 25‑26 en dictum)
2. Justitiële samenwerking in burgerlijke zaken – Bevoegdheid, erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake ouderlijke verantwoordelijkheid – Verordening nr. 1347/2000 (Toetredingakte van 2003; verordening nr. 1347/2000 van de Raad, art. 42, lid 2) (cf. punten 27‑28)
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing – Anotato Dikastirio Kyprou – Bevoegdheid van de rechterlijke instanties van een lidstaat (Cyprus) tot uitlegging en toepassing van de artikelen 2, lid 1, 42 en 46 van verordening (EG) nr. 1347/2000 van de Raad van 29 mei 2000 betreffende de bevoegdheid en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid voor gemeenschappelijke kinderen (PB L 160, blz. 19) – Echtscheidingsprocedures door de man ingeleid bij de rechterlijke instanties in Cyprus na de inwerkingtreding van de verordening maar voordat Cyprus lidstaat werd – Echtscheidingsprocedures door de vrouw na 1 mei 2004 ingeleid bij de rechterlijke instanties van een andere lidstaat (het Verenigd Koninkrijk) die gedurende de gehele relevante periode lidstaat was – Echtgenoten die beiden de Cypriotische nationaliteit hebben maar hun vaste woonplaats in het Verenigd Koninkrijk hebben
Dictum
Verordening (EG) nr. 1347/2000 van de Raad van 29 mei 2000 betreffende de bevoegdheid en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid voor gemeenschappelijke kinderen, is niet van toepassing op een echtscheidingsvordering die bij een rechterlijke instantie van een staat is ingesteld voordat deze laatste een lidstaat van de Europese Unie werd.
Full & Egal Universal Law Academy