Beschikking van het Hof (Zevende kamer) van 12 mei 2010 – CPEM/Commissie
(Zaak C‑350/09 P)
„Hogere voorziening – Europees Sociaal Fonds – Financiële bijstand – Intrekking”
1. Hogere voorziening – Middelen – Vorderingen niet door specifiek middel ondersteund – Niet-ontvankelijkheid (Art. 225, lid 1, tweede alinea, EG; Statuut van het Hof van Justitie, art. 58, eerste alinea; Reglement voor de procesvoering van het Hof, art. 112, lid 1, sub c) (cf. punten 33‑36)
2. Hogere voorziening – Middelen – Onjuiste beoordeling van feiten – Niet-ontvankelijkheid – Toetsing door Hof van beoordeling van bewijs – Uitgesloten, behoudens geval van onjuiste opvatting – Juridische kwalificatie van feiten – Ontvankelijkheid (Art. 225, lid 1, EG; Statuut van het Hof van Justitie, art. 58, eerste alinea) (cf. punten 40‑44)
3. Hogere voorziening – Middelen – Ontoereikende motivering – Ontvankelijkheid – Omvang van motiveringsplicht – Impliciete motivering door Gerecht – Toelaatbaarheid (Art. 225, lid 1, EG; Statuut van het Hof van Justitie, art. 58, eerste alinea) (cf. punt 51)
4. Hogere voorziening – Middelen – Middel voor het eerst aangevoerd in hogere voorziening – Niet-ontvankelijkheid (cf. punt 72)
5. Gemeenschapsrecht – Beginselen – Rechten van verdediging – Eerbiediging in elke procedure die tot voor belanghebbende bezwarend besluit kan leiden – Beginsel dat zelfs bij ontbreken van enige regeling inzake betrokken procedure in acht moet worden genomen – Draagwijdte (cf. punten 75‑79)
Voorwerp
Hogere voorziening tegen het arrest van het Gerecht van eerste aanleg (Tweede kamer) van 30 juni 2009, CPEM/Commissie (T‑444/07), houdende verwerping van verzoekers beroep tot nietigverklaring van beschikking C (2007) 4645 van de Commissie van 4 oktober 2007 tot intrekking van de bij beschikking C (1999) 2645 van 17 augustus 1999 verleende bijstand van het Europees Sociaal Fonds (ESF) – Microprojecten ter bevordering van de werkgelegenheid en de sociale samenhang – Schending van de rechten van de verdediging en van het gelijkheidsbeginsel – Niet-inaanmerkingneming van het begrip „medeverantwoordelijkheid” – Niet-inachtneming van het rechtszekerheidsbeginsel doordat er verschillende uiteenlopende versies van het „Handboek voor initiatiefnemers” bestaan – Twijfel omtrent de toepasselijkheid van verordening nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen (PB L 248, blz. 1), waarop de beslissing van het OLAF is gebaseerd
Dictum
1)
De hogere voorziening wordt afgewezen.
2)
Het Centre de promotion de l’emploi par la micro-entreprise (CPEM) wordt verwezen in kosten.
Full & Egal Universal Law Academy