Beschikking van het Hof (Vijfde kamer) van 5 februari 2010 – Molter/Duitsland
(Zaak C‑361/09 P)
„Hogere voorziening – Beroep door natuurlijke persoon of rechtspersoon ingesteld tegen lidstaat – Kennelijke onbevoegdheid van Gerecht”
Procedure – Beroep door natuurlijke persoon of rechtspersoon ingesteld en strekkende tot vaststelling van schending van gemeenschapsrecht door lidstaat – Kennelijke onbevoegdheid van gemeenschapsrechter – Niet-ontvankelijkheid (Art. 225 EG e.v.; Statuut van het Hof van Justitie, art. 51; Reglement voor de procesvoering van het Hof, art. 119) (cf. punten 4‑6)
Voorwerp
Hogere voorziening tegen de beschikking van het Gerecht van eerste aanleg (Achtste kamer) van 12 augustus 2009, Molter/Duitsland (T‑141/09), waarbij het Gerecht wegens kennelijke onbevoegdheid heeft verworpen het beroep strekkende tot verkrijging van een prejudiciële beslissing betreffende de uitlegging van het gemeenschapsrecht inzake non-discriminatie en subsidiair tot vergoeding van de schade die zou zijn geleden ten gevolge van de niet-nakoming door de Duitse rechterlijke instanties van de verplichting om het Hof van Justitie een prejudiciële vraag voor te leggen+
Dictum
1)
De hogere voorziening wordt afgewezen.
2)
Molter draagt zijn eigen kosten.
Full & Egal Universal Law Academy