Beschikking van het Hof (Vijfde kamer) van 4 maart 2010 – Hârsulescu/Roemenië
(Zaak C‑374/09 P)
„Hogere voorziening – Onbevoegdheid van Gerecht voor behandeling van beroep strekkende tot nietigverklaring van beslissingen van nationale rechterlijke instanties, vergoeding van door nationale autoriteiten veroorzaakte schade en vaststelling van nalaten van deze autoriteiten – Hogere voorziening kennelijk ongegrond”
Procesvoering – Beroep ingesteld door natuurlijke persoon of rechtspersoon en strekkende tot nietigverklaring van beslissingen van nationale rechterlijke instanties, vergoeding van door nationale autoriteiten veroorzaakte schade en vaststelling van nalaten van deze autoriteiten – Kennelijke onbevoegdheid van gemeenschapsrechter (Art. 225 EG e.v. en 140 A EGA e.v.; Statuut van het Hof van Justitie, art. 51; Reglement voor de procesvoering van het Hof van Justitie, art. 119) (cf. punten 7‑9, 12)
Voorwerp
Hogere voorziening tegen de beschikking van het Gerecht van eerste aanleg (Zesde kamer) van 22 juli 2009, Hârsulescu/Roemenië (T‑234/09), waarbij het Gerecht zich onbevoegd heeft verklaard voor de behandeling van het door verzoeker ingestelde beroep tot nietigverklaring van twee arresten van nationale rechterlijke instanties en tot schadevergoeding – Betwisting van de methode voor de berekening van pensioenrechten – Onbevoegdheid van het Gerecht
Dictum
1)
De hogere voorziening wordt afgewezen.
2)
C. Hârsulescu draagt zijn eigen kosten.
Full & Egal Universal Law Academy