Arrest van het Gerecht (Zevende kamer) van 17 februari 2011 – Zhejiang Xinshiji Foods en Hubei Xinshiji Foods/Raad
(Zaak T‑122/09)
„Dumping – Invoer van bereide of verduurzaamde citrusvruchten van oorsprong uit Volksrepubliek China – Rechten van verdediging – Motiveringsplicht – Beginsel van behoorlijk bestuur – Artikel 15, lid 2, en artikel 20, leden 4 en 5, van verordening (EG) nr. 384/96 [thans artikel 15, lid 2, en artikel 20, leden 4 en 5, van verordening (EG) nr. 1225/2009]”
1. Unierecht – Beginselen – Rechten van verdediging – Eerbiediging in kader van administratieve procedures – Antidumpingprocedure – Verplichting van instellingen om betrokken ondernemingen informatie te verstrekken – Omvang – Wijze van mededeling – Niet-inachtneming van termijn van één maand tussen definitieve mededeling aan betrokken ondernemingen en eindbeschikking of voorstel voor eindbeschikking van Commissie – Invloed (Verordening nr. 384/96 van de Raad, art. 20, lid 4) (cf. punten 26‑27, 29)
2. Gemeenschappelijke handelspolitiek – Bescherming tegen dumpingpraktijken – Onderzoek – Verplichting van instellingen om betrokken ondernemingen informatie te verstrekken – Omvang – Ontbreken, in definitieve mededeling, van nauwkeurige uitleg over methode voor berekening van omzet van bedrijfstak in Gemeenschap – Invloed (Verordening nr. 384/96 van de Raad, art. 20) (cf. punten 37‑38, 40‑42)
3. Gemeenschappelijke handelspolitiek – Bescherming tegen dumpingpraktijken – Schade – In aanmerking te nemen factoren – Andere factoren dan aan bedrijfstak van Gemeenschap schadeberokkende invoer – Weerslag van grondstofprijzen (Verordening nr. 384/96 van de Raad, art. 3, leden 5–7) (cf. punten 52‑62)
4. Gemeenschappelijke handelspolitiek – Bescherming tegen dumpingpraktijken – Schade – Beoordelingsvrijheid van instellingen – Grenzen – Verplichting om alle relevante omstandigheden zorgvuldig en onpartijdig te onderzoeken – Verplichting van instellingen om betrokken ondernemingen informatie te verstrekken – Verzuim van Commissie om billijkheid van vergelijking tussen uitvoerprijzen en prijzen van bedrijfstak van Gemeenschap te rechtvaardigen – Schending van rechten van verdediging en niet-nakoming van motiveringsplicht (Verordening nr. 384/96 van de Raad, art. 3, leden 2 en 3, en 20) (cf. punten 75‑80, 84‑86, 90‑91)
5. Handelingen van de instellingen – Motivering – Verplichting – Omvang – Regularisering van motiveringsgebrek tijdens gerechtelijke procedure – Ontoelaatbaarheid (Art. 296 VWEU) (cf. punt 92)
6. Beroep tot nietigverklaring – Middelen – Schending van wezenlijke vormvoorschriften – Schending door instelling van haar reglement van orde (Art. 263 VWEU; verordening nr. 384/96 van de Raad, art. 15, lid 2) (cf. punten 102‑110)
Voorwerp
Verzoek tot nietigverklaring van verordening (EG) nr. 1355/2008 van de Raad van 18 december 2008 tot instelling van een definitief antidumpingrecht en tot definitieve inning van het voorlopig recht op bepaalde bereide of verduurzaamde citrusvruchten (mandarijnen enz.) van oorsprong uit de Volksrepubliek China (PB L 350, blz. 35), voor zover zij verzoeksters raakt
Dictum
1)
Verordening (EG) nr. 1355/2008 van de Raad van 18 december 2008 tot instelling van een definitief antidumpingrecht en tot definitieve inning van het voorlopig recht op bepaalde bereide of verduurzaamde citrusvruchten (mandarijnen enz.) van oorsprong uit de Volksrepubliek China, wordt nietig verklaard voor zover zij Zhejiang Xinshiji Foods Co. Ltd en Hubei Xinshiji Foods Co. Ltd raakt.
2)
Zhejiang Xinshiji Foods en Hubei Xinshiji Foods zullen de helft van hun kosten dragen.
3)
De Raad van de Europese Unie zal zijn eigen kosten dragen alsmede de helft van de kosten van Zhejiang Xinshiji Foods en Hubei Xinshiji Foods.
4)
De Europese Commissie zal haar eigen kosten dragen.
Full & Egal Universal Law Academy