Arrest van het Gerecht (Eerste kamer) van 9 september 2011 – Deutsche Bahn/BHIM – DSB (IC4)
(Zaak T‑274/09)
„Gemeenschapsmerk – Oppositieprocedure – Aanvraag voor gemeenschapswoordmerk IC4 – Ouder gemeenschapswoordmerk ICE en ouder nationaal beeldmerk IC – Criteria ter beoordeling van gevaar voor verwarring – Relatieve weigeringsgronden – Soortgelijke diensten – Overeenstemmende tekens – Onderscheidend vermogen van ouder merk – Verwarringsgevaar – Artikel 8, lid 1, sub b, van verordening (EG) nr. 207/2009”
Gemeenschapsmerk – Definitie en verkrijging van gemeenschapsmerk – Relatieve weigeringsgronden – Oppositie door houder van gelijk of overeenstemmend ouder merk dat is ingeschreven voor zelfde of soortgelijke waren of diensten – Gevaar voor verwarring met ouder merk (Verordening nr. 207/2009 van de Raad, art. 8, lid 1, sub b) (cf. punten 100‑101)
Voorwerp
Beroep tegen de beslissing van de eerste kamer van beroep van het BHIM van 30 april 2009 (zaak R 1380/2007‑1) inzake een oppositieprocedure tussen Deutsche Bahn AG en DSB
Dictum
1)
De beslissing van de eerste kamer van beroep van het Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (merken, tekeningen en modellen) (BHIM) van 30 april 2009 (zaak R 1380/2007‑1) en de beslissing van de oppositieafdeling van het BHIM van 26 juli 2007 worden vernietigd.
2)
Het BHIM wordt verwezen in de kosten die Deutsche Bahn AG zijn opgekomen in de onderhavige procedure en in de procedure voor de kamer van beroep.
3)
Het BHIM en DSB dragen hun eigen kosten.
Full & Egal Universal Law Academy