18.7.2009
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 167/14
Hogere voorziening ingesteld op 24 april 2009 door de Commissie van de Europese Gemeenschappen tegen het arrest van het Gerecht voor ambtenarenzaken van 17 februari 2009 in zaak F-38/08, Liotti/Commissie
(Zaak T-167/09 P)
2009/C 167/29
Procestaal: Frans
Partijen
Rekwirante: Commissie van de Europese Gemeenschappen (vertegenwoordigers: B. Eggers en K. Herrmann, gemachtigden)
Andere partij bij de procedure: Amerigo Liotti (Senningerberg, Luxemburg)
Conclusies
—
vernietiging van het arrest van het Gerecht voor ambtenarenzaken van 17 februari 2009 in zaak F-38/08, Liotti/Commissie;
—
verwijzing van verzoeker in de kosten van de procedure voor het Gerecht voor ambtenarenzaken en in die van de hogere voorziening.
Middelen en voornaamste argumenten
Met deze hogere voorziening verzoekt de Commissie van de Europese Gemeenschappen om vernietiging van het arrest van het Gerecht voor ambtenarenzaken van 17 februari 2009 in de zaak Liotti/Commissie, F-38/08, waarin dat Gerecht Liotti’s loopbaanontwikkelingsrapport over de periode van 1 januari 2006 tot en met 31 december 2006 nietig heeft verklaard.
Tot staving van de hogere voorziening voert de Commissie drie middelen aan, ontleend aan:
—
schending van het gemeenschapsrecht, aangezien artikel 8, lid 7, van de algemene uitvoeringsbepalingen van artikel 43 van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen (AUB) niet voorziet in de verplichting voor een beoordelingsautoriteit of zelfs een directeur-generaal om in alle ontwerp-loopbaanontwikkelingsrapporten voor een bepaalde rang de toepassing van de beoordelingsnormen te onderzoeken;
—
onregelmatigheden in de procedure voor het Gerecht voor ambtenarenzaken waardoor de belangen van de Commissie zijn geschaad, aangezien dat Gerecht, door ter terechtzitting ambtshalve de in artikel 8, lid 7, AUB voorziene vereisten van overleg en samenhang aan de orde te stellen, de rechten van verweer van de Commissie heeft geschonden door haar de mogelijkheid te ontnemen om feitelijke bewijs te leveren teneinde vast te stellen dat er bij de opstelling van het bestreden loopbaanontwikkelingsrapport geen sprake was van schending van artikel 8, lid 7, AUB;
—
een onjuiste rechtsopvatting, aangezien het Gerecht voor ambtenarenzaken de schending van de bepalingen van artikel 8, lid 3, AUB heeft aangemerkt als schending van een wezenlijk vormvoorschrift en/of substantiële onregelmatigheid die de nietigverklaring van het voor dat Gerecht bestreden loopbaanontwikkelingsrapport meebrengt.
Full & Egal Universal Law Academy