27.2.2010
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 51/40
Beroep ingesteld op 21 december 2009 — Alstom/Commissie
(Zaak T-517/09)
2010/C 51/76
Procestaal: Frans
Partijen
Verzoekende partij: Alstom (Levallois Perret, Frankrijk) (vertegenwoordigers: J. Derenne en A. Müller-Rappard, advocaten)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
—
nietigverklaring van de beschikking van 7 oktober 2009 van de Commissie in zaak COMP/F/39.129 — Krachttransformatoren; en
—
nietigverklaring van de beschikking van de rekenplichtige van de Commissie van 10 december 2009;
—
de Commissie verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Alstom vordert de nietigverklaring van beschikking C(2009) 7601 def. van de Commissie van 7 oktober 2009 — Krachttransformatoren betreffende een procedure op grond van artikel 81 EG (thans artikel 101 VWEU) en artikel 53 EER, inzake een kartel op de Europese markt van krachttransformatoren, en nietigverklaring van de beschikking van de rekenplichtige van de Commissie van 10 december 2009 tot verwerping van het verzoek van Alstom om gedurende de procedure met voormeld voorgenoemd verzoek werd ingesteld een financiële zekerheid te stellen.
Ter ondersteuning van haar vordering tot nietigverklaring van de beschikking van de Commissie van 7 oktober 2009 voert verzoekster vier middelen aan:
—
schending van de voorschriften inzake hoofdelijkheid, nu de Commissie twee ondernemingen hoofdelijk aansprakelijk stelt voor één en dezelfde inbreuk, hoewel de Commissie deze ondernemingen afzonderlijk en autonoom niet direct en formeel aansprakelijk kon stellen;
—
schending van artikel 296 VWEU voor zover de bestreden beschikking
—
ontoereikend gemotiveerd is inzake de beïnvloeding van de handel tussen lidstaten;
—
niet gemotiveerd is inzake de bewering van de Commissie dat Alstom het vermoeden van aansprakelijkheid van de moederonderneming voor de handelingen van haar dochteronderneming niet heeft weerlegd en niet heeft bewezen dat de dochteronderneming zelfstandig is;
—
een tegenstrijdige motivering bevat inzake de gezamenlijke aansprakelijkheid van Alstom en Alstom T&D SA;
—
schending van artikel 101 VWEU in verband met de regels over de toerekenbaarheid aan moedermaatschappijen van inbreukmakende gedragingen van dochterondernemingen, voor zover de Commissie zich heeft gebaseerd op met het recht van de Europese Unie strijdige rechtspraak die dus buiten toepassing dient te blijven, omdat op rechtscheppende wijze een onweerlegbaar vermoeden werd vastgesteld dat niet is gebaseerd op de zelfstandigheid of het marktgedrag, maar op economische, juridische en organisatorische banden, die algemene kenmerken zijn die inherent zijn aan elke groep vennootschappen.
Ter ondersteuning van haar vordering tot nietigverklaring van de beschikking van de Commissie van 10 december 2009 voert verzoekster volgende middelen aan:
—
ontbreken van een rechtsgrondslag, voor zover de beschikking tot verwerping van het verzoek om een financiële zekerheid te stellen gedurende de procedure tot nietigverklaring van de beschikking van de Commissie van 7 oktober 2009 niet wettig is gebaseerd op het Financieel Reglement nr. 1605/2002 van de Raad (1), noch op de uitvoeringsverordening nr. 2342/2002 van de Commissie ervan, zoals gewijzigd bij verordening nr. 1248/2006 (2);
—
schending van het vertrouwensbeginsel, voor zover de beschikking van de rekenplichtige van de Commissie voorbijgaat aan de gegronde verwachtingen die de vroegere praktijk van de Commissie heeft gewekt;
—
schending van het beginsel van gelijke behandeling, voor zover de nieuwe handelwijze van de rekenplichtige van de Commissie, zonder voorafgaande publiciteitsmaatregelen of overgangsbepalingen, zorgt voor een ongelijke behandeling van Alstom in vergelijking met boeteplichtigen die vóór deze nieuwe handelwijze een financiële zekerheid konden stellen;
—
schending van de verplichting om een verkeerde uitlegging te herzien en zulks bekend te maken, indien het Gerecht oordeelt dat de vroegere handelwijze van de Commissie niet strookt met de toepasselijke financiële voorschriften.
(1) Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen (PB L 248, blz. 1).
(2) Verordening (EG, Euratom) nr. 1248/2006 van de Commissie van 7 augustus 2006 tot wijziging van verordening (EG, Euratom) nr. 2342/2002 tot vaststelling van uitvoeringsvoorschriften van verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen (PB L 227, blz. 3).
Full & Egal Universal Law Academy