10.9.2011
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 269/8
Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 14 juli 2011 (verzoeken om een prejudiciële beslissing ingediend door de Korkein hallinto-oikeus — Finland) — Procedures ingeleid door het Bureau National Interprofessionnel du Cognac
(Gevoegde zaken C-4/10 en C-27/10) (1)
(Verordening (EG) nr. 110/2008 - Geografische aanduidingen van gedistilleerde dranken - Toepassing ratione temporis - Merk dat geografische aanduiding bevat - Gebruik dat leidt tot situatie die afbreuk kan doen aan geografische aanduiding - Weigering van inschrijving of nietigverklaring van dergelijk merk - Rechtstreekse toepasselijkheid van verordening)
2011/C 269/13
Procestaal: Fins
Verwijzende rechter
Korkein hallinto-oikeus
Partijen in het hoofdgeding
procedures ingeleid door het Bureau National Interprofessionnel du Cognac
in tegenwoordigheid van: Gust. Ranin Oy
Voorwerp
Verzoeken om een prejudiciële beslissing — Korkein hallinto-oikeus — Uitlegging van de Eerste richtlijn (89/104/EEG) van de Raad van 21 december 1988 betreffende de aanpassing van het merkenrecht der lidstaten (PB L 40, blz. 1) alsmede van de artikelen 16 en 23 van verordening (EG) nr. 110/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 15 januari 2008 betreffende de definitie, de aanduiding, de presentatie, de etikettering en de bescherming van geografische aanduidingen van gedistilleerde dranken en tot intrekking van verordening (EEG) nr. 1576/89 van de Raad (PB L 39, blz. 16) — Verband tussen merken en beschermde geografische aanduidingen — Inschrijving van beeldmerk dat met name geografische aanduiding „Cognac” bevat voor gedistilleerde dranken die niet voldoen aan voorwaarden voor gebruik van die geografische aanduiding
Dictum
1)
Verordening (EG) nr. 110/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 15 januari 2008 betreffende de definitie, de aanduiding, de presentatie, de etikettering en de bescherming van geografische aanduidingen van gedistilleerde dranken en tot intrekking van verordening (EEG) nr. 1576/89 van de Raad is van toepassing op de beoordeling van de geldigheid van de inschrijving van een merk dat een door deze verordening beschermde geografische aanduiding bevat, wanneer de inschrijving voor de inwerkingtreding van deze verordening heeft plaatsgevonden.
2)
De artikelen 23 en 16 van verordening nr. 110/2008 moeten aldus worden uitgelegd dat:
—
de bevoegde nationale autoriteiten op grond van artikel 23, lid 1, van deze verordening de inschrijving moeten weigeren of nietig verklaren van een merk dat een beschermde geografische aanduiding bevat en geen aanspraak kan maken op de temporele afwijking als bedoeld in artikel 23, lid 2, wanneer het gebruik van dat merk tot een van de in artikel 16 van deze verordening bedoelde situaties zou leiden;
—
een situatie als bedoeld in de tweede prejudiciële vraag, te weten die van inschrijving van een merk dat een geografische aanduiding of een met deze aanduiding overeenkomende term en de vertaling ervan bevat voor gedistilleerde dranken die niet voldoen aan de door deze aanduiding vereiste specificaties, valt onder de situaties als bedoeld in artikel 16, sub a en b, van verordening nr. 110/2008, onverminderd de eventuele toepassing van de andere voorschriften van dit artikel 16.
(1) PB C 63 van 13. 3. 2010.
Full & Egal Universal Law Academy