2.4.2011
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 103/8
Arrest van het Hof (Derde kamer) van 17 februari 2011 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Court of Appeal (England and Wales) (Civil Division) — Verenigd Koninkrijk) — The Number Ltd, Conduit Enterprises Ltd/Office of Communications, British Telecommunications plc
(Zaak C-16/10) (1)
(Harmonisatie van wetgevingen - Telecommunicatie - Netwerken en diensten - Richtlijn 2002/22/EG - Aanwijzen van ondernemingen voor verrichten van universele dienst - Oplegging van specifieke verplichtingen aan aangewezen onderneming - Telefooninlichtingendienst en telefoongids)
2011/C 103/11
Procestaal: Engels
Verwijzende rechter
Court of Appeal (England and Wales) (Civil Division)
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: The Number Ltd, Conduit Enterprises Ltd
Verwerende partijen: Office of Communications, British Telecommunications plc
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Court of Appeal (England and Wales) (Civil Division) — Uitlegging van richtlijn 2002/20/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 maart 2002 betreffende de machtiging voor elektronischecommunicatienetwerken en -diensten (machtigingsrichtlijn) (PB L 108, blz. 21), richtlijn 2002/21/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 maart 2002 inzake een gemeenschappelijk regelgevingskader voor elektronischecommunicatienetwerken en -diensten (kaderrichtlijn) (PB L 108, blz. 33) en richtlijn 2002/22/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 maart 2002 inzake de universele dienst en gebruikersrechten met betrekking tot elektronischecommunicatienetwerken en -diensten (universeledienstrichtlijn) (PB L 108, blz. 51) — Aanwijzen van ondernemingen voor het verrichten van de universele dienst — Specifieke verplichtingen die aan de aangewezen onderneming kunnen worden opgelegd
Dictum
Wanneer een lidstaat krachtens artikel 8, lid 1, van richtlijn 2002/22/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 maart 2002 inzake de universele dienst en gebruikersrechten met betrekking tot elektronischecommunicatienetwerken en -diensten (universeledienstrichtlijn) één of meer ondernemingen aanwijst om de aanbieding van de universele dienst of onderdelen daarvan — als omschreven in de artikelen 4, 5, 6, 7 en 9, lid 2, van deze richtlijn — te verzekeren, kan hij op basis van voornoemd artikel 8, lid 1, aan deze ondernemingen enkel de specifieke door deze richtlijn bepaalde verplichtingen opleggen die verband houden met het aanbieden van deze dienst of de voornoemde onderdelen ervan aan de eindgebruikers door de aangewezen ondernemingen zelf.
(1) PB C 63 van 13.3.2010.
Full & Egal Universal Law Academy