31.3.2012
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 98/3
Arrest van het Hof (Grote kamer) van 14 februari 2012 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Krajský soud v Brně — Tsjechische Republiek) — Toshiba Corporation e.a./Úřad pro ochranu hospodářské soutěže
(Zaak C-17/10) (1)
(Mededinging - Mededingingsregeling op grondgebied van lidstaat die aanvang heeft genomen vóór toetreding van deze staat tot Europese Unie - Internationaal kartel met gevolgen voor grondgebied van Unie en Europese Economische Ruimte - Artikel 81 EG en artikel 53 van de EER-Overeenkomst - Vervolging en bestraffing van inbreuk voor periode vóór en na toetreding - Geldboeten - Afbakening van bevoegdheden van Commissie en nationale mededingingsautoriteiten - Oplegging van geldboeten door Commissie en nationale mededingingsautoriteit - Ne bis in idem-beginsel - Verordening (EG) nr. 1/2003 - Artikelen 3, lid 1, en 11, lid 6 - Gevolgen van toetreding van nieuwe lidstaat tot Unie)
2012/C 98/04
Procestaal: Tsjechisch
Verwijzende rechter
Krajský soud v Brně
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: Toshiba Corporation, T&D Holding, voorheen Areva T&D Holding SA, Alstom Grid SAS, voorheen Areva T&D SAS, Alstom Grid AG, voorheen Areva T&D AG, Mitsubishi Electric Corp., Alstom, Fuji Electric Holdings Co. Ltd, Fuji Electric Systems Co. Ltd, Siemens Transmission & Distribution SA, Siemens AG Österreich, VA Tech Transmission & Distribution GmbH & Co. KEG, Siemens AG, Hitachi Ltd, Hitachi Europe Ltd, Japan AE Power Systems Corp., Nuova Magrini Galileo SpA
Verwerende partij: Úřad pro ochranu hospodářské soutěže
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Krajský soud v Brně — Uitlegging van artikel 81 EG, artikel 50 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (PB 2007, C 303, blz. 1), verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad van 16 december 2002 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag (PB 2003, L 1, blz. 1), in het bijzonder de artikelen 3, lid 1, en 11, lid 6, ervan en punt 51 van de mededeling van de Commissie betreffende de samenwerking binnen het netwerk van mededingingsautoriteiten (PB 2004, C 101, blz. 43) — Mededingingsregeling op het grondgebied van een lidstaat die een aanvang heeft genomen vóór de toetreding van deze staat tot de Europese Unie en na deze toetreding is beëindigd — Oplegging van geldboetes door de Commissie en de nationale mededingingsautoriteit — Bevoegdheid van de nationale autoriteit om dezelfde gedraging voor de periode vóór de toetreding te bestraffen
Dictum
1)
Artikel 81 EG en artikel 3, lid 1, van verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad van 16 december 2002 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag moeten aldus worden uitgelegd dat zij in het kader van een procedure die na 1 mei 2004 is ingeleid, niet van toepassing zijn op een mededingingsregeling die gedurende bepaalde periodes vóór 1 mei 2004 gevolgen heeft gehad op het grondgebied van een op die datum tot de Europese Unie toegetreden lidstaat.
2)
Wanneer de Commissie op grond van hoofdstuk III van verordening nr. 1/2003 een kartelprocedure inleidt, verliest de mededingingsautoriteit van de betrokken lidstaat niet op grond van artikel 11, lid 6, van verordening nr. 1/2003, gelezen in samenhang met artikel 3, lid 1, van deze verordening, de bevoegdheid om krachtens het nationale mededingingsrecht een sanctie op te leggen wegens de mededingingsverstorende gevolgen die de betrokken mededingingsregeling gedurende bepaalde periodes vóór de toetreding van deze lidstaat tot de Europese Unie op het grondgebied van deze lidstaat heeft gehad.
Het ne bis in idem-beginsel staat niet eraan in de weg dat de nationale mededingingsautoriteit van de betrokken lidstaat aan de ondernemingen die aan een mededingingsregeling hebben deelgenomen, geldboeten oplegt ter bestraffing van de gevolgen die deze mededingingsregeling vóór de toetreding van deze lidstaat tot de Europese Unie op het grondgebied van deze lidstaat heeft gehad, wanneer de geldboeten die de Europese Commissie aan de leden van het kartel heeft opgelegd bij een beschikking die vóór de vaststelling van de beschikking van deze nationale mededingingsautoriteit is gegeven, niet tot doel hadden deze gevolgen te bestraffen.
(1) PB C 100 van 17.4.2010.
Full & Egal Universal Law Academy