30.6.2012
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 194/2
Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 10 mei 2012 — Europese Commissie/Republiek Estland
(Zaak C-39/10) (1)
(Niet-nakoming - Vrij verkeer van werknemers - Inkomstenbelasting - Vermindering - Ouderdomspensioenen - Weerslag op lage pensioenen - Discriminatie tussen ingezeten en niet-ingezeten belastingplichtigen)
2012/C 194/02
Procestaal: Ests
Partijen
Verzoekende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: W. Mölls, K. Saaremäel-Stoilov en R. Lyal, gemachtigden)
Verwerende partij: Republiek Estland (vertegenwoordiger: M. Linntam, gemachtigde)
Interveniënten aan de zijde van verwerende partij: Koninkrijk Spanje (vertegenwoordigers: M. Muñoz Pérez en A. Rubio Gonzáles, gemachtigden), Portugese Republiek (vertegenwoordiger: L. Inez Fernandes, gemachtigde), Koninkrijk Zweden (vertegenwoordiger: A. Falk, gemachtigde), Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland (vertegenwoordiger: S. Ossowski, gemachtigde), Bondsrepubliek Duitsland (vertegenwoordigers: J. Möller, C. Blaschke en B. Klein, gemachtigden)
Voorwerp
Niet-nakoming — Schending van artikel 45 VWEU en artikel 28 van de EER-Overeenkomst — Inkomstenbelasting op ouderdomspensioenen — Nationale wettelijke regeling die niet voorziet in de mogelijkheid om een vrijstelling van inkomstenbelasting toe te kennen aan niet-ingezetenen van wie het totale inkomen zo laag is dat zij de vrijstelling van inkomstenbelasting zouden genieten indien zij ingezeten belastingplichtigen zouden zijn
Dictum
1)
Door de niet-ingezeten gepensioneerden die wegens de geringe hoogte van hun pensioenen krachtens de belastingwetgeving van de lidstaat van de woonplaats aldaar niet worden belast, uit te sluiten van het voordeel van de verminderingen waarin is voorzien bij de tulumaksuseadus (wet betreffende de inkomstenbelasting) van 15 december 1999, zoals gewijzigd bij de wet van 26 november 2009, is de Republiek Estland de verplichtingen niet nagekomen die op haar rusten krachtens artikel 45 VWEU en artikel 28 van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte van 2 mei 1992.
2)
De Republiek Estland wordt verwezen in de kosten.
3)
Het Koninkrijk Spanje, de Portugese Republiek, het Koninkrijk Zweden, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland en de Bondsrepubliek Duitsland dragen hun eigen kosten.
(1) PB C 63 van 13.3.2010.
Full & Egal Universal Law Academy