29.1.2011
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 30/10
Arrest van het Hof (Derde kamer) van 24 november 2010 — Europese Commissie/Raad van de Europese Unie
(Zaak C-40/10) (1)
(Beroep tot nietigverklaring - Verordening (EU, Euratom) nr. 1296/2009 - Jaarlijkse aanpassing van bezoldigingen en pensioenen van ambtenaren en andere personeelsleden van Europese Unie - Aanpassingsmethode - Artikel 65 Ambtenarenstatuut - Artikelen 1 en 3 tot en met 7 van bijlage XI bij Statuut - Uitzonderingsclausule - Artikel 10 van bijlage XI bij Statuut - Beoordelingsvrijheid van Raad - Aanpassing die afwijkt van door Commissie voorgestelde aanpassing - Herzieningsclausule die tussentijdse aanpassing van bezoldigingen mogelijk maakt)
2011/C 30/15
Procestaal: Frans
Partijen
Verzoekende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: J. Currall, G. Berscheid en J.-P. Keppenne, gemachtigden)
Verwerende partij: Raad van de Europese Unie (vertegenwoordigers: M. Bauer en D. Waelbroeck, gemachtigden)
Interveniënt aan de zijde van de verzoekende partij: Europees Parlement (vertegenwoordigers: S. Seyr en A. Neergaard, gemachtigden)
Interveniënten aan de zijde van de verwerende partij: Koninkrijk Denemarken (vertegenwoordiger: B. Weis Fogh, gemachtigde), Bondsrepubliek Duitsland (vertegenwoordigers: J. Möller en B. Klein, gemachtigden), Helleense Republiek (vertegenwoordigers: A. Samoni-Rantou en S. Chala, gemachtigden), Republiek Litouwen (vertegenwoordigers: D. Kriaučiūnas en R. Krasuckaitė, gemachtigden), Republiek Oostenrijk (vertegenwoordiger: E. Riedl, gemachtigde), Republiek Polen (vertegenwoordiger: M. Szpunar, gemachtigde), Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland (vertegenwoordigers: S. Behzadi-Spencer en L. Seeboruth, gemachtigden)
Voorwerp
Beroep tot nietigverklaring — Verordening (EU, Euratom) nr. 1296/2009 van de Raad van 23 december 2009 houdende aanpassing met ingang van 1 juli 2009 van de bezoldigingen en de pensioenen van de ambtenaren en de andere personeelsleden van de Europese Unie, alsmede van de aanpassingscoëfficiënten welke van toepassing zijn op deze bezoldigingen en pensioenen (PB L 348, blz. 10) — Niet-inachtneming van de methode voor de jaarlijkse aanpassing van de bezoldigingen en de pensioenen voor een referentieperiode — Schending van artikel 65 van het Ambtenarenstatuut en van de artikelen 1 en 3 tot en met 7 van bijlage XI bij dat Statuut — Beoordelingsbevoegdheid van de Raad — Bescherming van gewettigd vertrouwen en „patere legem quam ipse fecisti”-beginsel — Clausule dat heronderzoek tot tussentijdse aanpassing van de bezoldigingen kan leiden
Dictum
1)
De artikelen 2 en 4 tot en met 18 van verordening (EU, Euratom) nr. 1296/2009 van de Raad van 23 december 2009 houdende aanpassing met ingang van 1 juli 2009 van de bezoldigingen en de pensioenen van de ambtenaren en de andere personeelsleden van de Europese Unie, alsmede van de aanpassingscoëfficiënten welke van toepassing zijn op deze bezoldigingen en pensioenen, worden nietig verklaard.
2)
De gevolgen van de artikelen 2 en 4 tot en met 17 van verordening nr. 1296/2009 worden gehandhaafd tot de inwerkingtreding van een nieuwe verordening van de Raad van de Europese Unie ter uitvoering van dit arrest.
3)
De Raad van de Europese Unie wordt verwezen in de kosten.
4)
Het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, de Helleense Republiek, de republiek Litouwen, de Republiek Oostenrijk, de Republiek Polen, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland en het Europees Parlement dragen hun eigen kosten.
(1) PB C 51 van 27.2.2010.
Full & Egal Universal Law Academy