18.6.2011
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 179/5
Arrest van het Hof (Derde kamer) van 14 april 2011 (verzoeken om een prejudiciële beslissing ingediend door de Raad van State van België — België) — Vlaamse Dierenartsenvereniging VZW (C-42/10, C-45/10 en C-57/10), Marc Janssens (C-42/10 en C-45/10)/Belgische Staat
(Gevoegde zaken C-42/10, C-45/10 en C-57/10) (1)
(Veterinaire en veehouderijsector - Verordening (EG) nr. 998/2003 - Veterinairrechtelijke voorschriften voor niet-commercieel verkeer van gezelschapsdieren - Beschikking 2003/803/EG - Modelpaspoort voor intracommunautair verkeer van honden, katten en fretten)
2011/C 179/07
Procestaal: Nederlands
Verwijzende rechter
Raad van State van België
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: Vlaamse Dierenartsenvereniging VZW (C-42/10, C-45/10 en C-57/10), Marc Janssens (C-42/10 en C-45/10)
Verwerende partij: Belgische Staat
in tegenwoordigheid van: Luk Vangheluwe (C-42/10)
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Raad van State — Uitlegging van de artikelen 3, sub b, 4, lid 2, 5 en 17, tweede alinea, van verordening (EG) nr. 998/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 26 mei 2003 inzake veterinairrechtelijke voorschriften voor het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren en houdende wijziging van richtlijn 92/65/EEG van de Raad (PB L 146, blz. 1) en van beschikking 2003/803/EG van de Commissie van 26 november 2003 tot vaststelling van een modelpaspoort voor het intracommunautair verkeer van honden, katten en fretten (PB L 313, blz. 1) — Nationale bepalingen die voorschrijven dat elk paspoort een uniek nummer bevat, bestaande uit 13 karakters (ISO-code), gevolgd door het erkenningsnummer van de verdeler — Bewijsmiddel ter identificatie en registratie van honden — Gegevens betreffende de eigenaar van het dier
Dictum
1)
De artikelen 3, sub b, 4, lid 2, 5 en 17, tweede alinea, van verordening (EG) nr. 998/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 26 mei 2003 inzake veterinairrechtelijke voorschriften voor het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren en houdende wijziging van richtlijn 92/65/EEG van de Raad, en de artikelen en bijlagen van beschikking 2003/803/EG van de Commissie van 26 november 2003 tot vaststelling van een modelpaspoort voor het intracommunautair verkeer van honden, katten en fretten, moeten aldus worden uitgelegd dat zij niet in de weg staan aan een nationale regeling die bepaalt dat paspoorten voor gezelschapsdieren voorzien moeten zijn van een uniek nummer dat de — uit twee karakters bestaande — ISO-code voor de betrokken lidstaat omvat, gevolgd door het — uit twee cijfers bestaande — erkenningsnummer van de erkende verdeler en een volgnummer van negen cijfers, voor zover deze regeling garandeert dat dit identificatienummer uniek is.
2)
De artikelen 3, sub b, 4, lid 2, 5 en 17, tweede alinea, van verordening nr. 998/2003 en de artikelen en bijlagen van beschikking 2003/803 moeten aldus worden uitgelegd dat zij:
—
niet in de weg staan aan een regeling zoals die welke in het hoofdgeding aan de orde is, krachtens welke het gezelschapsdierenpaspoort niet alleen overeenkomstig de regelgeving van de Unie wordt gebruikt als reisdocument, maar ook als bewijs van identificatie en registratie van honden op nationaal niveau, en
—
in de weg staan aan een nationale wettelijke regeling zoals die welke in het hoofdgeding aan de orde is, volgens welke het gezelschapsdierenpaspoort één veld bevat waarin de identiteit en het adres van de eigenaar van het dier moeten worden vermeld, en latere wijzigingen hieraan worden aangebracht door middel van zelfklevende etiketten die hierover worden geplakt.
3)
Nationale bepalingen zoals die welke vervat zijn in de in het hoofdgeding aan de orde zijnde regeling inzake het gezelschapsdierenpaspoort en die betrekking hebben op het gebruik ervan als bewijs van identificatie en registratie van honden en op het gebruik van zelfklevende etiketten om de identiteitsgegevens van de eigenaar en het dier te wijzigen, enerzijds, en op de vaststelling van een uniek nummer voor katten en fretten, anderzijds, vormen geen technische voorschriften in de zin van artikel 1 van richtlijn 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij, zoals gewijzigd door richtlijn 98/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 juli 1998, die overeenkomstig artikel 8 van deze richtlijn vooraf aan de Europese Commissie moeten worden meegedeeld.
(1) PB C 100 van 17.4.2010.
Full & Egal Universal Law Academy