8.10.2011
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 298/6
Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 28 juli 2011 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Tribunal administratif — Luxemburg) — Brahim Samba Diouf/Ministre du Travail, de l’Emploi et de l’Immigration
(Zaak C-69/10) (1)
(Richtlijn 2005/85/EG - Minimumnormen voor procedures in lidstaten voor toekenning of intrekking van vluchtelingenstatus - Begrip „beslissing die inzake asielverzoek is gegeven” in zin van artikel 39 van richtlijn - Verzoek van staatsburger van derde land tot verkrijging van vluchtelingenstatus - Geen gronden die toekenning van internationale bescherming rechtvaardigen - Afwijzing van verzoek in kader van versnelde procedure - Ontbreken van beroep tegen beslissing om volgens versnelde procedure over verzoek te beslissen - Recht op daadwerkelijke rechterlijke toetsing)
2011/C 298/08
Procestaal: Frans
Verwijzende rechter
Tribunal administratif
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Brahim Samba Diouf
Verwerende partij: Ministre du Travail, de l’Emploi et de l’Immigration
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Tribunal administratif — (Luxemburg) — Uitlegging van artikel 39 van richtlijn 2005/85/EG van de Raad van 1 december 2005 betreffende minimumnormen voor de procedures in de lidstaten voor de toekenning of intrekking van de vluchtelingenstatus (PB L 326, blz. 13) — Verzoek van een onderdaan van een derde land die illegaal verblijf houdt, om verlening van de vluchtelingenstatus — Afwijzing van dit verzoek volgens een nationale versnelde procedure wegens het ontbreken van gronden die verlening van internationale bescherming rechtvaardigen — Verenigbaarheid met het gemeenschapsrecht van een nationale regeling die elk beroep tegen het besluit om volgens de versnelde procedure op het verzoek te beslissen uitsluit — Recht op een daadwerkelijke rechterlijke toetsing
Dictum
Artikel 39 van richtlijn 2005/85/EG van de Raad van 1 december 2005 betreffende minimumnormen voor de procedures in de lidstaten voor de toekenning of intrekking van de vluchtelingenstatus en het beginsel van doeltreffende rechterlijke bescherming moeten aldus worden uitgelegd, dat zij zich niet verzetten tegen een nationale regeling als die in het hoofdgeding, op grond waarvan de beslissing van de bevoegde nationale instantie om een asielverzoek volgens een versnelde procedure te behandelen, niet voor enig afzonderlijk beroep vatbaar is wanneer de redenen op grond waarvan die instantie heeft beslist de gegrondheid van het betrokken verzoek volgens een dergelijke procedure te behandelen, aan een doeltreffende rechterlijke toetsing kunnen worden onderworpen in het kader van het beroep dat kan worden ingesteld tegen de beslissing van definitieve weigering, hetgeen door de verwijzende rechter moet worden beoordeeld.
(1) PB C 100 van 17.4.2010.
Full & Egal Universal Law Academy